Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Regeling aanvullende bekostiging geïsoleerde vestigingen vo
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling aanvullende bekostiging geïsoleerde vestigingen vo; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
1-1-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29098214, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende bekostiging voor geïsoleerde vestigingen in het voortgezet onderwijs (Regeling aanvullende bekostiging geïsoleerde vestigingen vo)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 82 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • BAG: basisregistratie adressen en gebouwen als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • brede scholengemeenschap: scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs waarop de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo worden aangeboden, al dan niet in combinatie met pro;

  • havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet;

  • hemelsbreed gemeten afstand: geografische afstand tussen vestigingen op basis van de adresgegevens opgenomen in de Basisregistratie Instellingen en de bijbehorende coördinaten uit de BAG;

  • leerling: leerling als bedoeld in artikel 8 van het Besluit bekostiging WVO 2021;

  • mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de wet;

  • minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • pro: praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de wet;

  • scholengemeenschap: scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de wet, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • teldatum: 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt verstrekt;

  • vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet of voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 73a van de wet of nevenvestiging als bedoeld in artikel 73b van de wet, die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021;

  • voortgezet onderwijs: voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;

  • wet: Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1. De minister verstrekt aan een bevoegd gezag aanvullende bekostiging ten behoeve van geïsoleerde vestigingen in het voortgezet onderwijs. De aanvullende bekostiging bestaat uit:

    • a. een toeslag voor geïsoleerde vestigingen; en

    • b. eventueel een extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen of kleine brede geïsoleerde vestigingen van brede scholengemeenschappen.

  • 2. De aanvullende bekostiging kan slechts worden verstrekt voor vestigingen die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021.

  • 3. Bovendien wordt geen aanvullende bekostiging verstrekt voor vestigingen die reeds op grond van artikel 2 van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden voor aanvullende bekostiging in aanmerking komen.

Artikel 3. Afbakening geïsoleerde vestiging

  • 1. Een geïsoleerde vestiging voldoet aan ten minste één van de twee voorwaarden:

    • a. op de teldatum wordt op de vestiging één of meer van de schoolsoorten vwo, havo, mavo, vbo of pro aangeboden en de vestiging ligt op minimaal 8 kilometer hemelsbreed gemeten afstand van een andere vestiging waarop dezelfde schoolsoort wordt aangeboden. In afwijking van de eerste volzin is voor het pro een hemelsbreed gemeten afstand van minimaal 20 kilometer van toepassing; of

    • b. op de teldatum wordt op de vestiging het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs aangeboden en deze vestiging ligt op minimaal 8 kilometer hemelsbreed gemeten afstand van een andere vestiging waarop het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs worden aangeboden.

  • 2. Een schoolsoort, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt op een vestiging aangeboden als op de vestiging in het laatste leerjaar van die schoolsoort minimaal één leerling als werkelijk schoolgaand op de teldatum staat ingeschreven. In afwijking van de eerste volzin geldt dat de schoolsoort pro op een vestiging wordt aangeboden als minimaal één pro-leerling als werkelijk schoolgaand op de vestiging op de teldatum staat ingeschreven.

  • 3. Het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangeboden als op de vestiging in zowel het eerste als in het tweede leerjaar minimaal één leerling als werkelijk schoolgaand op de teldatum staat ingeschreven.

  • 4. De hemelsbreed gemeten afstand tussen twee vestigingen wordt berekend door de afstand in meters te bepalen met de formule: √((x1 – x2)2 + (y1 – y2)2), waarin x1 en y1 de BAG-coördinaten zijn van het ene adres en x2 en y2 de BAG-coördinaten zijn van het andere adres.

Artikel 4. Toeslag voor geïsoleerde vestigingen

  • 1. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een geïsoleerde vestiging, bedoeld in artikel 3, daarvoor een toeslag. De hoogte van de toeslag is gelijk aan het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen.

  • 2. Indien onder een bevoegd gezag meerdere geïsoleerde vestigingen vallen die binnen 5 kilometer hemelsbreed gemeten afstand van één of meer andere geïsoleerde vestigingen van het bevoegd gezag zijn gevestigd, delen deze geïsoleerde vestigingen de in het eerste lid bedoelde toeslag.

Artikel 5. Extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen

  • 1. Een kleine geïsoleerde brede scholengemeenschap is een brede scholengemeenschap die voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. op de scholengemeenschap wordt onderwijs in de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo aangeboden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede onderwijs in het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 3, derde lid;

    • b. op de teldatum staan op het niveau van de scholengemeenschap als geheel minder dan 1.200 leerlingen als werkelijk schoolgaand ingeschreven; en

    • c. de brede scholengemeenschap heeft minimaal één geïsoleerde vestiging waarvoor de toeslag, bedoeld in artikel 4 wordt verstrekt.

  • 2. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen een extra toeslag. De hoogte van de extra toeslag wordt berekend overeenkomstig de formule X = A * (1.200 – LLX), waarbij:

    X = de extra toeslag voor kleine geïsoleerde brede scholengemeenschappen;

    A = 40 procent van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen, waarbij de uitkomst wordt afgerond op twee decimalen; en

    LLX = het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand op de scholengemeenschap op de teldatum staat ingeschreven.

  • 3. Indien het aantal leerlingen op de school lager ligt dan 900, wordt in afwijking van het aantal dat volgt uit LLX gerekend met een aantal van 900 leerlingen.

Artikel 6. Extra toeslag voor kleine brede geïsoleerde vestigingen van brede scholengemeenschappen

  • 1. Indien op een brede scholengemeenschap op de teldatum 1.200 leerlingen of meer als werkelijk schoolgaand staan ingeschreven, verstrekt de minister aan het bevoegd gezag een extra toeslag voor een vestiging die voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. op de vestiging zijn op de teldatum minder dan 1.200 leerlingen ingeschreven;

    • b. op de vestiging wordt onderwijs in de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo aangeboden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede onderwijs in het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 3, derde lid;

    • c. de vestiging ligt op minimaal 8 kilometer hemelsbreed gemeten afstand af van een andere vestiging waarop één of meer van de schoolsoorten vwo, havo, mavo en vbo worden aangeboden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede onderwijs in het eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 2. De hoogte van de extra toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de formule Y = A * (1.200 – LLY), waarbij:

    Y = de extra toeslag voor kleine brede geïsoleerde vestigingen van brede scholengemeenschappen;

    A = 40 procent van het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen, waarbij de uitkomst wordt afgerond op twee decimalen;

    LLY = het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand op de vestiging op de teldatum staat ingeschreven.

  • 3. Indien het aantal leerlingen op de vestiging lager ligt dan 900, wordt in afwijking van het aantal dat volgt uit LLY gerekend met een aantal van 900 leerlingen.

Artikel 7. Beschikking en betaling

  • 1. De aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, wordt jaarlijks ambtshalve uiterlijk in de maand mei verstrekt.

  • 2. De aanvullende bekostiging wordt uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd vastgesteld en wordt berekend op basis van:

    • a. het definitieve aantal leerlingen dat op de teldatum stond ingeschreven bij de school; en

    • b. de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

  • 3. De minister betaalt de aanvullende bekostiging ineens.

Artikel 8. Besteding en verantwoording

  • 1. Het bevoegd gezag besteedt de aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, overeenkomstig artikel 99 van de wet.

  • 2. De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Artikel 9. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging geïsoleerde vestigingen vo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob