Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Maatwerkregeling ventilatie op scholen
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Maatwerkregeling ventilatie op scholen; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
1-7-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 24 juni 2022, nr. PO/33175747, houdende regels voor subsidieverstrekking voor het verbeteren van ventilatie in scholen door het bieden van maatwerk (Maatwerkregeling ventilatie op scholen)

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • bouw- en installatiekosten: kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor sloop en lood- en asbestverwijdering;

  • CO2-concentratie: concentratie van kooldioxide, uitgedrukt in parts per million (ppm), gemeten in de ademzone van verblijfsruimten gedurende de gebruikstijd van die ruimten;

  • hoofd-, neven- of tijdelijke nevenvestiging van het voortgezet onderwijs: hoofdvestiging, nevenvestiging of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 73 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • stichting Ruimte-OK: stichting die de verplichte schoolbezoek aflegt en de urgentieverklaring afgeeft op grond van de door onder haar instructie op de schoollocatie uitgevoerde CO2- en temperatuurmeting;

  • gemiddeld weerbeeld: weerbeeld waarbij geen sprake is van een opeenvolging van minimaal vijf zomerse dagen met een maximumtemperatuur van 25,0 graden Celsius of hoger, waarvan minimaal drie tropische dagen met een maximumtemperatuur van 30,0 graden Celsius of hoger zijn, of geen sprake is van een opeenvolging van minimaal vijf ijsdagen met een minimumtemperatuur van 0,0 graden Celsius of lager, waarvan minimaal drie dagen met zeer strenge vorst met een minimumtemperatuur van minus 10,0 graden Celsius of lager;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • project: technisch, functioneel of in de tijd samenhangend geheel van werkzaamheden van een gemeente, een gemeente en een bevoegd gezag of een bevoegd gezag aan één of meer schoolgebouwen op dezelfde locatie;

  • school voor basisonderwijs: basisschool of school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

  • schoolgebouw: gebouw dat mede dan wel uitsluitend wordt gebruikt voor een door het Rijk bekostigde school of nevenvestiging van het basisonderwijs, of voor een door het Rijk bekostigde hoofd-, neven- of tijdelijke nevenvestiging van het voortgezet onderwijs, dan wel een gebouw van een verticale scholengemeenschap als bedoeld artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs dat uitsluitend wordt gebruikt voor voortgezet onderwijs;

  • urgentieverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Doelstelling van de regeling

Deze regeling heeft tot doel:

  • a. het stimuleren van projecten waarmee door middel van noodzakelijke en energiezuinige maatregelen de ventilatie in bestaande schoolgebouwen kan worden verbeterd; en

  • b. het stimuleren van projecten als bedoeld in onderdeel a in gevallen, waarin de ventilatiesituatie het meest urgent is.

Artikel 4. Subsidieplafonds

  • 2. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet wordt bereikt, wordt de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9, tweede lid, verlengd tot en met 30 april 2023.

  • 3. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet wordt bereikt, worden de overgebleven middelen toegevoegd aan het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

  • 4. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, niet wordt bereikt, worden de overgebleven middelen toegevoegd aan het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

  • 5. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet wordt bereikt kan de minister de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, verlengen door wijziging van deze regeling.

Artikel 5. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De minister kan op aanvraag aan bevoegde gezagsorganen subsidie verstrekken voor projecten, gericht op de verbetering van de ventilatie van bestaande schoolgebouwen door de implementatie van noodzakelijke en energiezuinige maatregelen.

  • 2. Een project als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste maatregelen die gericht zijn op het bewerkstelligen van:

    • a. een luchtverversingscapaciteit van ten minste 6 dm3/s per persoon of een CO2-concentratie van maximaal 1.200 ppm, in schoolgebouwen die zijn gebouwd voor 1 april 2012 of op grond van een bouwvergunning die is aangevraagd voor 1 april 2012; of

    • b. een luchtverversingscapaciteit van ten minste 8,5 dm3/s per persoon of een CO2-concentratie van maximaal 950 ppm, in schoolgebouwen die zijn gebouwd op grond van een omgevingsvergunning voor het bouwen aangevraagd op of na 1 april 2012.

Artikel 6. Subsidiabele kosten

  • 1. Een subsidie kan worden verstrekt voor de kosten voor een project als bedoeld in artikel 5, bestaande uit:

    • a. bouw- en installatiekosten van de gemeente; en/of

    • b. bouw- en installatiekosten van de school.

  • 2. Een subsidie wordt niet verstrekt voor:

    • a. kosten die reeds uit andere hoofde worden gesubsidieerd of bekostigd; en

    • b. kosten die worden gemaakt ten behoeve van delen van het schoolgebouw die niet gebruikt worden door de school.

Artikel 7. Maximale hoogte basissubsidie

Het subsidiebedrag bedraagt 30 procent van de totale kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 8. Maximale hoogte vangnetsubsidie

  • 1. In afwijking van artikel 7 bedraagt het subsidiebedrag 60 procent van de totale kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, indien uit de door de stichting verstrekte urgentieverklaring op basis van een CO2- en binnentemperatuurmeting blijkt dat urgentie geboden is.

  • 2. De meting, bedoeld in het eerste lid, wordt na instructie door de stichting door het bevoegd gezag uitgevoerd en voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. de meting heeft in ten minste twee representatieve lokalen plaats;

    • b. de meting wordt gedurende twee weken continu uitgevoerd;

    • c. de CO2-meters worden geplaatst op een minimale hoogte van 120 centimeter en een maximale hoogte van 150 centimeter, met een minimale afstand van 200 centimeter van deuren en te openen ramen en een minimale afstand van 70 centimeter tot personen;

    • d. de meting wordt uitgevoerd bij regulier gebruik met een reguliere bezetting;

    • e. de meting is een gezekerde CO2- en binnentemperatuurmeting met monitoringsfunctie;

    • f. de meting heeft plaats gedurende een gemiddeld weerbeeld;

    • g. er wordt door het bevoegd gezag een minilogboek rondom het ventilatiegedrag bijgehouden, verstrekt door de stichting.

  • 3. De resultaten van de meting, bedoeld in het tweede lid, worden via een gestandaardiseerd proces, conform de methode opgenomen in de bijlage bij deze regeling geanalyseerd.

Artikel 9. Aanvraag van de basissubsidie

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door het bevoegd gezag van het schoolgebouw waar het project plaatsvindt.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 7 kan worden ingediend van 18 juli 2022 tot en met 31 oktober 2022.

  • 3. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen.

Artikel 10. Aanvraag van de vangnetsubsidie

  • 1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door het bevoegd gezag van het schoolgebouw waar het project plaatsvindt.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 8 kan worden ingediend van

    • a. 18 juli 2022 tot en met 30 september 2022;

    • b. van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022; of

    • c. van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023.

  • 3. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen.

Artikel 11. Aanvraagvereisten

  • 1. Een aanvraag heeft betrekking op één project.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 9 bevat de volgende gegevens:

    • a. het zescijferige BRIN-nummer en de bijbehorende adresgegevens van het schoolgebouw in het project;

    • b. een overzicht van de maatregelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, die worden toegepast, inclusief de beoogde luchtverversingscapaciteit of CO2-concentratie waartoe de maatregelen zullen leiden;

    • c. een begroting, en de gespecificeerde offerte of offertes waarop deze begroting is gebaseerd, voor de werkzaamheden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • d. een tijdsplanning van de werkzaamheden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 10 bevat, naast de in het tweede lid genoemde gegevens, de urgentieverklaring.

Artikel 12. Wijze van verdelen basissubsidie

  • 1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag voor subsidies op grond van artikel 7 op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

  • 2. indien de minister op de dag en het tijdstip dat het plafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, wordt bereikt meer dan één aanvraag op grond van artikel 7 ontvangt, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 13. Wijze van verdelen vangnetsubsidie

  • 1. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op de volledige aanvragen voor subsidies op grond van artikel 10 met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun onderlinge geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, zoals blijkt uit de urgentieverklaring.

  • 2. Indien de minister meer dan één aanvraag heeft ontvangen van gelijke geschiktheid als bedoeld in het eerste lid, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 14. Verstrekking subsidie

  • 1. De minister beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 9 binnen acht weken na sluiting van de aanvraagperiode. De minister beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 10 binnen dertien weken na sluiting van de desbetreffende aanvraagperiode, bedoeld in artikel 10, tweede lid.

  • 2. Een subsidie van minder dan 125.000 euro wordt direct vastgesteld.

  • 3. Een subsidie van 125.000 euro of meer wordt verleend en na de activiteitentermijn vastgesteld aan de hand van artikel 18, tweede lid.

Artikel 15. Verplichtingen

  • 1. Het bevoegd gezag is verplicht om:

    • a. de activiteiten die onderdeel uitmaken van het project, bedoeld in artikel 5, eerste lid, te starten uiterlijk op 1 augustus 2023 en af te ronden uiterlijk op 1 augustus 2025;

    • b. de activiteiten die onderdeel uitmaken van het project, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en waarvoor subsidie wordt verleend op grond van artikel 8 en waarvoor een aanvraag is ingediend in de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, te starten uiterlijk op 1 november 2023 en af te ronden uiterlijk op 1 november 2025;

    • c. opgedane kennis en ervaring te delen met het Kennis en innovatieplatform verduurzaming maatschappelijk vastgoed;

    • d. de begroting en de offerte of offertes waarop de begroting is gebaseerd, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel c, ter kennisgeving te verstrekken aan de gemeente waarin het bevoegd gezag is gevestigd;

    • e. toe te staan dat Stichting Ruimte-OK de school bezoekt waarbij instructies worden gegeven om de ventilatiesituatie binnen de bestaande, technische mogelijkheden van de schoollocatie te optimaliseren.

  • 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing op de aanvragers van een basissubsidie als bedoeld in artikel 7.

  • 3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op de bevoegde gezagsorganen van agrarische opleidingscentra en verticale scholengemeenschappen.

  • 4. Indien bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger toestaan dat wordt afgeweken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b.

Artikel 16. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidie in elk geval geweigerd:

  • a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een locatie waarvoor uit hoofde van de Regeling specifieke uitkering ventilatie in scholen subsidie is verstrekt.

  • b. indien de aanvraag na de sluiting van de desbetreffende aanvraagperiode is ingediend;

  • c. indien voor hetzelfde project als bedoeld in artikel 5, eerste lid, ook op grond van artikel 9 een aanvraag is ingediend;

  • d. indien een aanvraag wordt gedaan voor de maatwerksubsidie, bedoeld in artikel 10, en uit de urgentieverklaring blijkt dat de prestatie-indicatie ‘voldoende/goed’, ‘optimaal/goed’ of ‘optimaal/zeer goed’ is.

Artikel 17. Verantwoording en betaling bij een subsidie tot 125.000 euro

  • 1. De verantwoording van een subsidie tot 125.000 euro geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in de richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3. De aanvrager toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 18. Verantwoording, bevoorschotting en terugvordering bij een subsidie van 125.000 euro of meer

  • 1. De verantwoording van een subsidie van 125.000 euro of meer geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in de richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

  • 3. De aanvrager toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

  • 4. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, of indien van toepassing, artikel 15, tweede lid, is verstreken, stelt de minister de subsidie vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie die na die uiterlijke datum wordt verstrekt.

Artikel 19. Aanpassing regeling aan de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs

[Wijzigt deze regeling.]

[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 20. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2022, met uitzondering van artikel 19.

  • 2. Artikel 19 treedt in werking met ingang van 1 augustus 2022.

  • 3. Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Maatwerkregeling ventilatie op scholen.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

A.D. Wiersma

Bijlage bij artikel 8, derde lid ‘Beschrijving gestandaardiseerd proces van een vergelijking van hun onderlinge geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze subsidie’

Om een subsidie op grond van artikel 8 van deze regeling te ontvangen is één van de voorwaarden dat het bevoegd gezag bij de aanvraag van de subsidie de urgentieverklaring als bedoeld in artikel 8, eerste lid, overlegt. Stichting Ruimte-OK geeft deze urgentieverklaring af aan het bevoegd gezag dat de subsidie aanvraagt. Deze urgentieverklaring komt tot stand op de hieronder beschreven wijze.

Om de urgentie van de ventilatiesituatie te bepalen, is de volgende categorisering van toepassing met bijbehorende puntenscore. Hoe hoger de puntenscore, hoe hoger de urgentie. Voor de bepaling van de totale score, wordt de uitkomst van de berekening van de categorie van de CO2-concentratie opgeteld bij de uitkomst van de categorie binnentemperatuur. De wegingsfactoren bij CO2-concentratie en binnentemperatuur zijn respectievelijk 0,7 en 0,3.

Categorieën CO2-concentratie

signaalwaarden conform Bouwbesluit 2012

Punten

0–1.000 ppm

1

1.001-1.400 ppm

2

> 1.400

3

Subtotaal

Subtotaal .... x weging 0,7

Categorieën binnentemperatuur

marges operatieve binnentemperatuur winter conform PvE Frisse Scholen 2021 klasse B, C of buitencategorie

Punten

Klasse B: binnentemperatuur voldoet aan frisse scholen B (19–24 graden)

1

Klasse C: binnentemperatuur voldoet aan frisse scholen C (18–25 graden)

2

Buitencategorie: binnentemperatuur valt in hitteprotocol (boven 25 graden) óf onder 18 graden.

3

Subtotaal

Subtotaal .... x weging 0,3

Om in een categorie (zowel CO2-concentratie als binnentemperatuur) te vallen moeten de meetresultaten voor 95% van de tijd van de meting gedurende de twee wekentussen de grenswaarden van de categorie vallen. De margegebieden van zowel de binnenluchtkwaliteit (CO2-waarde) als ook de binnentemperatuur dienen minimaal 95% van de gebruikstijd behaald te worden. De marge van 5% is overeenkomstig het Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 en is aangehouden om rekening te houden met storingen of extreme situaties die zich kort voor kunnen doen. Van de metingen in de twee lokalen wordt de slechtste van de twee meetuitkomsten genomen om te bepalen in welke categorie van de CO2-concentratie en van de binnentemperatuur de locatie valt.

Hieronder is inzichtelijk gemaakt hoe dit leidt tot 9 mogelijke variaties in de scores:

variaties

CO2 (ppm)

Temp (gr.C)

Score

Prestatie indicatie

School 1

1.600

16

3,0

onvoldoende/slecht

School 2

1.600

18

2,7

onvoldoende

School 3

1.600

20

2,4

matig

School 4

1.200

16

2,3

matig/voldoende

School 5

1.200

18

2,0

voldoende

School 6

1.200

20

1,7

voldoende / redelijk

School 7

850

16

1,6

voldoende / goed

School 8

850

18

1,3

optimaal / goed

School 9

850

20

1,0

optimaal/zeer goed