Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
12-5-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 september 2021, nr. GKA/29384797, houdende vaststelling van een beleidskader en een subsidieplafond voor de subsidieverstrekking voor intensivering en verbreding van de regionale samenwerking ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs (Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Artikel 1. Vaststelling beleidskader

Het Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Dit besluit geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Subsidieplafond en verdeling subsidie

  • 1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit besluit is voor de kalenderjaren 2021 en 2022 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14.000.000. Van dat bedrag is een bedrag van € 5.800.000 beschikbaar voor subsidieverstrekking in 2021, en een bedrag van € 8.200.000,– voor subsidieverstrekking in 2022.

  • 2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 4. Besteding en verantwoording subsidie

  • 1. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan het eventuele niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2. De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Artikel 5. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 6. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs

Deze bijlage behoort bij het Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs.

Het Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs (hierna: het beleidskader) regelt de activiteiten waarvoor en de voorwaarden waaronder de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) subsidie kan verstrekken voor de daarin beschreven activiteiten. De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) is van toepassing op dit beleidskader.

1. Inleiding

In het Nederlandse onderwijssysteem blijkt herhaaldelijk dat leerlingen van verschillende achtergronden verschillende kansen hebben in het onderwijs. Dit vraagt om een concrete aanpak van kansenongelijkheid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) ontwikkelt beleidsmaatregelen om kansenongelijkheid te verminderen. Met de Gelijke Kansen Alliantie (hierna: GKA) wordt ingezet op een lokale benadering. Met scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties wordt samengewerkt om interventies op te zetten. Deze interventies worden verwoord in een gezamenlijk plan van aanpak: de GKA agenda.

Dit beleidskader is ter ondersteuning van de GKA en is gericht op het ondersteunen van gemeenten en scholen bij het tot stand brengen van een aanvullend- of bovenschools aanbod. Met een bovenschools aanbod wordt een samenwerking bedoeld tussen twee of meer scholen. De GKA heeft speciale aandacht voor po- en vo-scholen met een hoge populatie van leerlingen met een lage sociaal economische status. De GKA zal de netwerkaanpak met reeds aangesloten GKA-gemeenten intensiveren middels een addendum gekoppeld aan (en ter aanvulling op) bestaande GKA-agenda’s. Daarnaast wordt de GKA uitgebreid van 50 naar 100 gemeenten middels nieuwe GKA-agenda’s. Tot slot stelt de GKA op themaniveau gemeente-overstijgende agenda’s op, ofwel landelijke thema-agenda’s, ter bevordering van themagerichte activiteiten. Middels de addenda, nieuwe GKA-agenda’s en landelijke thema-agenda’s worden de activiteiten van het Nationaal Programma Onderwijs gekoppeld aan het bevorderen van kansengelijkheid, nu en in de toekomst.

In de addenda en agenda’s worden de afspraken omschreven die gemeenten met de Minister maken. Naast bestuurlijke afspraken omschrijft een agenda activiteiten ten behoeve van interventies bij scholen. Op basis van dit beleidskader kunnen scholen subsidie aanvragen voor de in de addenda of agenda’s opgenomen interventies.

2. Subsidieplafond

Voor de subsidieverstrekking op grond van dit besluit is voor de kalenderjaren 2021 en 2022 een bedrag beschikbaar van in totaal € 14.000.000,–. Van dat bedrag is een bedrag van € 5.800.000 beschikbaar voor subsidieverstrekking in 2021 en een bedrag van € 8.200.000 voor subsidieverstrekking in 2022. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3. Doelgroep

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend door het bevoegd gezag van een uit ’s Rijks kas school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra. Een bevoegd gezag komt alleen voor subsidie in aanmerking, indien zij voor desbetreffende school een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten met de gemeente waar de school is gevestigd. Dit geldt ook voor samenwerkingsverbanden waarbij meerdere gemeenten deelnemen aan één samenwerkingsovereenkomst: namens het gehele samenwerkingsverband vraagt één bevoegd gezag subsidie aan. In de samenwerkingsovereenkomsten zijn de te subsidiëren interventies opgenomen. Daarnaast is vereist dat de school is aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie. Per subsidieaanvraag kan slechts één bevoegd gezag optreden als penvoerder.

Nieuwe partijen die geen onderdeel uitmaken van de Gelijke Kansen Alliantie, maar wel aanspraak willen maken op deze subsidie, kunnen zich melden bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om toekomstige mogelijkheden te verkennen.

De activiteiten die plaatsvinden binnen het programma Gelijke Kansen zijn gericht op het vormen van een netwerk in Europees Nederland van gemeenten en maatschappelijke organisaties, die vanwege hun uitdagingen en interventies van elkaar leren. In het verlengde daarvan zijn ook de doelstellingen van dit beleidskader specifiek gericht op Europees Nederland. Het kader geldt dus niet voor Caribisch Nederland.

4. Te subsidiëren activiteiten

Op grond van dit beleidskader kan uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor interventies die zijn opgenomen in een addendum of agenda als bedoeld in de paragraaf 1. De subsidie kan worden verstrekt voor interventies die zijn gericht op een aanvullend- of bovenschools aanbod. Dit betreft interventies om een lokale, integrale en meerjarige aanpak samen te stellen en in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere partijen activiteiten op te zetten gericht op de ontwikkeling van de talenten en vaardigheden van leerlingen. De interventie ter bevordering van kansengelijkheid is gericht op jongeren niet ouder dan 22 jaar. De interventie maakt de verbinding tussen de drie leefwerelden van kinderen of jongeren: school, thuis en omgeving.

Voorbeelden van interventies zijn (niet-uitputtend):

  • het inzetten op randvoorwaarden zoals ouderbetrokkenheid met bijvoorbeeld de brugfunctionaris om de drie leefwerelden, school, thuis, en de wijk te verbinden;

  • het uitbreiden van onderwijs gericht op het vergroten van het sociaal kapitaal door verlenging van de schooldag. Denk hierbij aan het in contact te brengen van scholieren of leerlingen met relevante thema’s zoals sport, cultuur, taalstimulering, beroepsoriëntatie en gezonde voeding;

  • het inzetten op de groei van zelfvertrouwen bij leerlingen door middel van bijvoorbeeld nieuwe leerstrategieën;

  • het ontwikkelen van nieuwe onderwijsconcepten met aandacht voor bijvoorbeeld de doorlopende leerlijn (po – vo) of een omgeving waar de leefomgeving binnen en buiten de school meer met elkaar worden afgestemd;

  • het opzetten van netwerken, ontwikkelen van kennis en organiseren van landelijke kennisdelingsactiviteiten rondom specifieke thema’s, zoals bijvoorbeeld professionalisering van leerkrachten, ouderbetrokkenheid, loopbaanleren, soepele overgangen;

  • het inzetten van extra personeel zoals onderwijsassistenten om te investeren in het inhalen van achterstanden op basisvaardigheden;

  • het intensiveren (voortzetten, verbeteren en opschalen) van bestaande effectieve interventies uit de eerdere GKA-agenda’s.

5. Hoogte van de subsidie

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 100.000,– per subsidieaanvraag voor het intensiveren van reeds bestaande GKA-samenwerkingsverbanden en maximaal € 100.000,– per subsidieaanvraag voor nieuwe samenwerkingsverbanden. Het is mogelijk dat meerdere gemeenten deelnemen aan één samenwerkingsverband. In dit geval bedraagt het subsidiebedrag voor het intensiveren van een bestaand GKA-samenwerkingsverband of een nieuw samenwerkingsverband maximaal € 100.000,– vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten. Het subsidiebedrag voor tweejarige landelijke thema-agenda’s bedraagt – ongeacht het aantal deelnemende gemeentes – maximaal € 1.000.000,– per subsidieaanvraag. Indien de aanvraag een driejarige landelijke thema-agenda betreft, bedraagt de subsidie maximaal € 2.000.000,– per subsidieaanvraag.

6. Aanvraagprocedure

Een subsidieaanvraag wordt ingediend door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in paragraaf 3. Een aanvraag kan in 2021 of in 2022 worden ingediend tijdens de hierna genoemde aanvraagperioden. In 2021 kan een aanvraag worden gedaan vanaf het moment van inwerkingtreding van dit beleidskader tot en met 15 oktober 2021, vóór 12.00 uur. In 2022 kan een aanvraag worden gedaan van 1 januari 2022 tot en met 14 oktober 2022, vóór voor 12.00 uur. Indien een aanvraag na het einde van een aanvraagtijdvak wordt ingediend, zal zij worden afgewezen.

Per GKA-addendum, nieuwe GKA-agenda of thema-agenda kan ten hoogste eenmaal op grond van dit besluit subsidie worden aangevraagd (hetzij in 2021, hetzij in 2022). Er kan per gemeente ten hoogste één aanvraag worden ingediend voor één GKA-addendum of GKA-agenda. Per gemeente kan geen subsidieaanvraag worden ingediend voor zowel een GKA-agenda als een GKA-addendum. Voor landelijke thema-agenda’s geldt voorgenoemde beperking niet.

Het is mogelijk dat scholen en gemeenten gezamenlijk optrekken en dat hierbij meerdere scholen en gemeenten deelnemen aan één GKA-addendum, GKA-agenda of landelijke thema-agenda. In dat geval wordt in het GKA-addendum, de GKA-agenda of een landelijke thema-agenda beschreven hoe de middelen worden verdeeld. Eén school wordt aangewezen als penvoerder. Deze penvoerder dient de subsidieaanvraag in en op haar rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Voor zover de aanvrager ook subsidie of een andere financiële bijdrage van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt voor interventies in dezelfde GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda, doet de aanvrager daarvan mededeling in de subsidieaanvraag. Er wordt op grond van dit beleidskader geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor voor de subsidieontvanger reeds uit anderen hoofde aanspraak op subsidie bestaat.

Voor de subsidieaanvraag gelden de volgende eisen:

  • De aanvraag bevat een GKA-addendum, GKA-agenda of landelijke thema-agenda van de Gelijke Kansen Alliantie.

  • GKA-agenda’s en landelijke thema-agenda’s dienen te zijn ondertekend door:

    • de verantwoordelijke wethouder van de deelnemende gemeente(n)

    • de Minister van OCW

  • De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda bevat een beschrijving van de geplande te subsidiëren interventie(s), uitgewerkt in een activiteitenplan en een begroting.

  • De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda beschrijft welke school is aangewezen als penvoerder. Het bevoegd gezag van deze school ondertekent ter bevestiging hiervan de GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda.

  • Bij een samenwerking tussen meerdere scholen of schoolbesturen wordt in de GKA-agenda, GKA-addendum en of landelijke thema-agenda aangegeven hoe en onder welke scholen of schoolbesturen de middelen zijn verdeeld.

  • In de GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda is het doel en het verwachte effect (producten of kwalitatieve en-kwantitatieve resultaten) van de interventie omschreven.

  • De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda bevat een nadere uitwerking van gemaakte afspraken met betrekking tot de monitoring van de effecten van de interventie.

  • De subsidie dient ingezet te worden ter ondersteuning van activiteiten waar vanuit het Nationaal Programma Onderwijs middelen voor beschikbaar zijn gesteld, ter bevordering van kansengelijkheid nu en in de toekomst.

7. Subsidieverplichtingen

  • De activiteiten met betrekking tot een GKA-agenda of GKA-addendum waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2023 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een GKA-agenda of GKA-addendum waarvoor in 2022 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2024 afgerond.

  • De activiteiten met betrekking tot een tweejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2023 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een tweejarige landelijke GKA agenda die in 2022 zijn ingediend, worden vóór 31 december 2024 afgerond.

  • De activiteiten met betrekking tot een driejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2024 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een driejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2022 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2025 afgerond.

  • De subsidieontvanger is verplicht de voortgang en resultaten van de gesubsidieerde activiteiten te monitoren. Denk bij de voortgang aan de bereikte doelgroepen, het aantal scholieren of leerlingen betrokken bij de interventie en de tussentijdse resultaten. Met ‘doelgroepen’ wordt gedoeld op belanghebbenden die bij de interventie betrokken zijn, zoals docenten, ouders, schoolleiders, werkgevers, gemeenten, culturele instellingen en sportverenigingen.

  • De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het programma Gelijke Kansen.

  • De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan de beantwoording van vragen en het aanleveren van gegevens in het kader van de monitoring en evaluatie van het beleidskader door de Minister op diens verzoek.

8. Vaststelling, betaling, besteding en verantwoording

DUS-I stelt de subsidie direct vast binnen 13 weken na sluiting aanvraagtijdvak van de subsidieaanvraag. De Minister bepaalt het betaalritme in de beschikking.