Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Aanvullende subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Aanvullende subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
16-2-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 5 oktober 2021, nr. 29716829 houdende regels voor subsidieverstrekking voor het aanbieden van een tweede praktijkgericht programma voor gl en tl in de pilot (Aanvullende subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WVO, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • gemengde leerweg: gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d WVO;

  • mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • pilot: pilot als bedoeld in de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, zoals luidend op 1 september 2021;

  • projectgroep: ondersteuningsteam voor de samenvoeging van de gemengde en theoretische leerwegen en ondersteuning bij de pilots onder leiding van de minister

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de WVO, artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 73a WVO, nevenvestiging als bedoeld in artikel 73b WVO of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 73d WVO;

  • theoretische leerweg: theoretische leerweg als bedoeld in artikel 10 WVO;

  • vmbo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 WVO en voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a WVO;

  • WVO: Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking voor tweede praktijkgericht programma

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten en kosten

  • 1. De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school subsidie verstrekken voor deelname aan de pilot met een tweede praktijkgerichte programma, genoemd in artikel 6, eerste lid, indien het bevoegd gezag voor die vestiging:

    • a. op grond van artikel 3, eerste lid, van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, zoals luidend op 1 september 2021, subsidie heeft ontvangen; en

    • b. een licentie heeft als bedoeld in artikel 74b, eerste lid, onderdelen e en f, juncto artikel 10b, derde lid, onderdelen a tot en met d en h en i, WVO, voor het gelijknamige profiel en het daarbij behorende beroepsgerichte programma.

  • 2. Het bevoegd gezag kan per vestiging op grond van deze regeling voor ten hoogste één praktijkgericht programma subsidie aanvragen.

  • 3. De minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verstrekken voor de volgende activiteiten:

    • a. het starten met een tweede praktijkgericht programma als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg en de theoretische leerweg;

    • b. het voorbereiden van de implementatie van een tweede praktijkgericht programma;

    • c. het doorontwikkelen van een tweede praktijkgericht programma en het leveren van input voor vraagstukken over het programma door het onderwijspersoneel;

    • d. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en

    • e. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met mbo-instellingen ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het tweede praktijkgericht programma.

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. de kosten voor huisvesting, bedoeld in artikel 76c, WVO;

    • b. activiteiten die al worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of

    • c. activiteiten waarvoor de minister al op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.

Artikel 4. Subsidieplafond en bedrag per aanvraag

  • 1. Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal een bedrag beschikbaar van € 1.800.000.

  • 2. Het subsidiebedrag per aanvraag is € 75.000.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 15 oktober tot en met 7 november 2021.

  • 2. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat te vinden is op de website www.dus-i.nl.

  • 3. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag:

    • a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een planning;

    • b. de contactgegevens, het emailadres en telefoonnummer van een contactpersoon die gedurende de periode van de pilot het aanspreekpunt is voor de projectgroep; en

    • c. een verklaring dat de vestiging waarop de aanvraag betrekking heeft in de afgelopen twee schooljaren het beroepsgerichte profiel behorende bij de licentie, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, heeft aangeboden aan leerlingen.

Artikel 6. Loting

  • 1. De aanvragen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die voldoen aan de eisen, bedoeld in de artikelen 5 en 8, worden in de volgende verhouding verdeeld over de geselecteerde praktijkgerichte programma’s waarop de aanvraag betrekking heeft:

    • a. bouwen, wonen en interieur (BWI): 4;

    • b. groen: 3;

    • c. media, vormgeving en ICT (MVI): 4;

    • d. mobiliteit en transport (M&T): 5;

    • e. horeca, bakkerij en recreatie (HBR): 2;

    • f. produceren, installeren en energie (PIE): 6.

  • 2. Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen per praktijkgericht programma waarvoor subsidie is aangevraagd door middel van loting gerangschikt.

Artikel 7. Verstrekking en betaling subsidie

  • 1. De minister bepaalt het betaalritme in de beschikking.

  • 2. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

Artikel 8. Subsidieverplichtingen

Het bevoegd gezag waaraan de subsidie, bedoeld in artikel 3, wordt verstrekt:

  • a. start met de ontwikkeling van het praktijkgericht programma in schooljaar 2021/2022 en biedt dit praktijkgericht programma aan in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024;

  • b. draagt zorg voor deelname aan de activiteiten in het kader van de pilot;

  • c. deelt actief opgedane kennis, ervaring en materiaal met het onderwijsveld en de projectgroep nieuwe leerweg;

  • d. draagt zorg voor aansluiting bij bestaande netwerken dan wel vormende vorming van een netwerk genoemd in artikel 3, derde lid, onderdeel e, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte programma en de invoering van dit programma in de vestiging;

  • e. ondertekent op uiterlijk 15 juni 2022 de akte van overdracht van het intellectueel eigendom van het materiaal dat ontwikkeld wordt ten behoeve van het praktijkgericht programma; en

  • f. zendt uiterlijk op 1 december 2022 een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 9 en uiterlijk op 1 december 2024 een eindrapportage aan de minister, die onderdeel kunnen zijn van de voortgangsrapportage en eindrapportage voor de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, zoals luidend op 1 september 2021.

Artikel 9. Voortgangsrapportage en implementatiefase

  • 1. De voortgang van het opzetten van het praktijkgericht programma waarvoor subsidie is verstrekt wordt gemeten op 1 december 2022. Het format voor de voortgangsrapportage en de uitwerking van de implementatiefase worden beschikbaar gesteld door DUS-I. De minister kan aan de hand van de voortgangsrapportage besluiten de subsidie aan te passen of te beëindigen.

  • 2. De voortgangsrapportage en de uitwerking voor de implementatiefase bevat ten minste een:

    • a. realisatie van de activiteiten met een planning voor de resterende subsidieperiode in het schooljaar 2022/2023 en 2023/2024;

    • b. toelichting over de inrichting en implementatie van het praktijkgericht programma dat wordt aangeboden in schooljaar 2022/2023 en 2023/2024; en

    • c. een overzicht van de samenwerkingspartners, waaronder één aangesloten mbo en een bedrijf of maatschappelijke instelling en de wijze waarop er wordt samengewerkt.

Artikel 10. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Hoofdstuk 3. Subsidieverstrekking voor het aanbieden van een extra praktijkgericht programma

Artikel 11. Te subsidiëren activiteiten extra praktijkgericht programma

  • 1. De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of vavo-instelling subsidie verstrekken voor deelname op een vestiging aan de pilot met een extra praktijkgericht programma, genoemd in artikel 14, eerste lid, indien het bevoegd gezag voor die vestiging op grond van artikel 3, eerste lid, dan wel artikel 13, eerste lid, van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, zoals luidend op 1 september 2021, subsidie heeft ontvangen. De pilot vindt plaats in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024.

  • 2. De minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verstrekken voor de volgende activiteiten:

    • a. het starten met een extra praktijkgericht programma als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;

    • b. het voorbereiden van de implementatie van een extra praktijkgericht programma;

    • c. Het leveren van input op vraagstukken die samenhangen met het aanbieden van meerdere praktijkgerichte programma’s zoals de samenhang en overlap tussen programma’s en de haalbaarheid van het aanbieden van meer programma’s;

    • d. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en

    • e. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met een mbo-instelling of een havo-instelling ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het extra praktijkgericht programma.

  • 3. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. de kosten voor huisvesting, bedoeld in artikel 76c, WVO;

    • b. activiteiten die al worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of

    • c. activiteiten waarvoor de 'minister al op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.

Artikel 12. Subsidieplafond en bedrag per aanvraag

  • 1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 1,2 miljoen.

  • 2. Het subsidiebedrag per aanvraag is € 50.000,–.

Artikel 13. Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 28 februari tot en met 20 maart 2022.

  • 2. Per vestiging of instelling kan ten hoogste één aanvraag worden ingediend.

  • 3. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat te vinden is op de website www.dus-i.nl.

  • 4. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag:

    • a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een planning;

    • b. een beschrijving van de wijze waarop het mbo en havo structureel betrokken worden bij de vormgeving van het onderwijs ten behoeve van het praktijkgericht programma; en

    • c. de contactgegevens, het emailadres en telefoonnummer van een contactpersoon die gedurende de periode van de pilot het aanspreekpunt is voor de minister en SLO.

Artikel 14. Wijze van verdeling subsidie

  • 1. De aanvragen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, worden op de volgende wijze verdeeld:

    • a. zes plekken voor het praktijkgericht programma Dienstverlening en Producten;

    • b. zes plekken voor het praktijkgericht programma Economie en Ondernemen;

    • c. zes plekken voor het praktijkgericht programma Informatietechnologie;

    • d. zes plekken voor het praktijkgericht programma Zorg en Welzijn;

  • 2. Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 12, eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen, bedoeld in het eerste lid, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3. Indien voor een van de categorieën, bedoeld in het eerste lid, minder dan zes aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, zijn ingediend, worden de resterende plaatsen in afwijking van het eerste lid evenredig beschikbaar gesteld voor de andere categorieën. In het geval waarin het aantal resterende plaatsen niet deelbaar is door het aantal categorieën waarvoor meer dan zes aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen zijn ingediend, wordt de volgorde van het eerste lid aangehouden.

Artikel 15. Verstrekking en betaling subsidie

  • 1. De minister bepaalt in de beschikking het betaalritme.

  • 2. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 13, eerste lid.

Artikel 16. Subsidieverplichtingen

Het bevoegd gezag waaraan de subsidie, bedoeld in artikel 11, wordt verstrekt:

  • a. biedt een extra praktijkgericht programma aan in de schooljaren 2022/2023 en 2023/2024;

  • b. deelt op verzoek opgedane kennis, ervaring en materiaal met het onderwijsveld en de minister;

  • c. draagt zorg voor aansluiting bij dan wel het opzetten of intensiveren van een samenwerking met minimaal één aangesloten mbo-instelling en één bedrijf of maatschappelijke instelling, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdelen d en e, voor de invoering van het praktijkgericht programma in de vestiging;

  • d. zendt uiterlijk op 1 oktober 2023 een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 17 en uiterlijk op 1 december 2024 een eindrapportage aan de minister, die onderdeel kunnen zijn van de voortgangsrapportage en eindrapportage voor de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl, zoals luidend op 1 september 2021;

  • e. werkt desgevraagd mee aan een namens de minister ingesteld monitor- en effectonderzoek waarvoor persoonsgegevens kunnen worden verwerkt; en

  • f. ondertekent op uiterlijk 15 juni 2022 de akte van overdracht van het intellectueel eigendom van het materiaal dat ontwikkeld wordt ten behoeve van het praktijkgericht programma.

Artikel 17. Voortgangsrapportage en implementatiefase

  • 1. De voortgang van het opzetten van het praktijkgericht programma waarvoor subsidie is verstrekt wordt gemeten op 1 oktober 2023. Het format voor de voortgangsrapportage en de uitwerking van de implementatiefase worden beschikbaar gesteld door DUS-I. De minister kan aan de hand van de voortgangsrapportage besluiten de subsidie aan te passen of te beëindigen.

  • 2. De voortgangsrapportage en de uitwerking voor de implementatiefase bevatten ten minste een:

    • a. realisatie van de activiteiten van schooljaar 2022/2023 met een planning voor de resterende subsidieperiode in het schooljaar 2023/2024;

    • b. toelichting over de inrichting en implementatie van het praktijkgericht programma dat wordt aangeboden in schooljaar 2022/2023 en 2023/2024; en

    • c. een overzicht van de samenwerkingspartners in het netwerk, bedoeld in artikel 16, onderdeel c, en een beschrijving van de wijze waarop wordt samengewerkt.

Artikel 18. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanvullende subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob