Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling tegemoetkoming vervangingskosten schoolleiders primair onderwijs
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling tegemoetkoming vervangingskosten schoolleiders primair onderwijs; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies
Geldend vanaf
30-4-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 maart 2017, nr. PO/1141024, houdende regels voor subsidieverstrekking voor tegemoetkoming in vervangingskosten schoolleiders in het primair onderwijs voor het volgen van een masteropleiding (Subsidieregeling tegemoetkoming vervangingskosten schoolleiders primair onderwijs)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

  • deficiëntieopleiding: opleiding van tussen de 30 en 60 studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;

  • masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, en artikel 7.3b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland maar binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • opleiding: masteropleiding of daaraan voorafgaande deficiëntieopleiding;

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

  • schoolleider: directeur of adjunct-directeur als bedoeld in artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 31, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op de expertisecentra;

  • studieverlofuur: uur waarop de schoolleider wordt vrijgesteld van zijn taken als schoolleider om deze tijd te kunnen besteden aan een opleiding.

Artikel 2. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De minister kan per schoolleider eenmalig subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag van een school als tegemoetkoming in de vervangingskosten van een schoolleider in verband met het volgen van een masteropleiding.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor het volgen van een deficiëntieopleiding. Subsidie voor een deficiëntieopleiding kan uitsluitend worden aangevraagd in combinatie met een subsidieaanvraag voor vervangingskosten in verband met het volgen van de masteropleiding.

  • 3. Subsidie wordt verstrekt over een periode van ten hoogste 2 jaar als tegemoetkoming in de vervangingskosten voor het volgen van een masteropleiding en wordt verstrekt over een periode van ten hoogste 3 jaar indien de masteropleiding wordt vooraf gegaan door een deficiëntieopleiding. Bij beschikking kan hiervan worden afgeweken.

  • 4. Voor vervangingskosten in verband met opleidingen die vóór 8 oktober 2016 zijn gestart, wordt geen subsidie verstrekt, noch voor het resterende deel van de opleiding.

Artikel 3. Subsidiebedrag voor vervangingskosten

  • 1. De subsidie wordt bepaald op een bedrag per studieverlofuur.

  • 2. Voor subsidiëring voor de vervangingskosten voor het volgen van een masteropleiding komt, bij een voltijdsbenoeming, ten hoogste 640 uur als tegemoetkoming in aanmerking. Voor een deeltijdsbenoeming komt een evenredig deel in aanmerking.

  • 3. Voor subsidiëring voor vervangingskosten voor het volgen van een deficiëntieopleiding komt voor een voltijdsbenoeming ten hoogste 320 uur als tegemoetkoming in aanmerking. Voor een deeltijdsbenoeming komt een evenredig deel in aanmerking.

  • 4. Het subsidiebedrag voor een vervangingsuur voor studieverlof bedraagt € 49 per uur in het basisonderwijs en € 53 per uur in het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 4. Subsidieplafond 2020

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2020 bedraagt € 1.576.286,87.

Artikel 4a. Subsidieplafond 2021

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2021 bedraagt € 2,5 miljoen.

Artikel 5. Criteria voor subsidieverstrekking

  • 1. De aanvraag wordt door zowel de schoolleider als het bevoegd gezag ondertekend.

  • 2. De aanvraag voor de subsidie omvat informatie waaruit de omvang van het dienstverband van de schoolleider blijkt.

  • 3. Uit de aanvraag blijkt welke masteropleiding de schoolleider gaat volgen.

Artikel 6. Indiening aanvraag

  • 1. Een aanvraag kan jaarlijks worden ingediend van 1 april tot en met 15 september.

  • 2. Indien de aanvraag wordt gedaan na aanvang van de opleiding, wordt subsidie voor het aantal uren vervangingskosten verstrekt, evenredig aan het nog te volgen deel van de opleiding.

  • 3. Subsidie kan uiterlijk tot en met 15 september 2021 worden aangevraagd.

  • 4. De aanvraag voor subsidie geschiedt overeenkomstig het digitale aanvraagformulier dat via de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen beschikbaar wordt gesteld.

  • 5. Bij de aanvraag wordt een inschrijvingsbewijs gevoegd. Indien de inschrijving nog niet heeft plaatsgevonden, wordt het inschrijvingsbewijs onverwijld na verstrekking overgelegd.

Artikel 7. Criteria verdeling subsidie

De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een bevoegd gezag, indien voor de betreffende schoolleider:

  • a. reeds eerder op grond van deze regeling subsidie is verleend; of

  • b. het bevoegd gezag uit andere hoofde van de minister reeds een tegemoetkoming in de vervangingskosten heeft ontvangen voor de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 9. Termijn beslissing

  • 1. De minister besluit binnen 8 weken op de subsidieaanvraag.

  • 2. Indien een aanvraag betrekking heeft op een masteropleiding die nog niet geaccrediteerd is, besluit de minister, in afwijking van het eerste lid, niet eerder op de aanvraag dan nadat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een besluit heeft genomen over de accreditatie van die opleiding. De minister besluit uiterlijk binnen 10 maanden op de aanvraag.

Artikel 10. Vaststelling

  • 1. De subsidie wordt direct vastgesteld.

  • 2. Indien voldaan is aan de subsidieverplichtingen, kan de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 11. Subsidieverplichting bevoegd gezag

Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de schoolleider.

Artikel 12. Betaling subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag wordt aan het bevoegd gezag betaald. De minister bepaalt in de beschikking het betaalritme.

  • 2. Betaling van het subsidiebedrag vindt plaats nadat het inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, is overgelegd.

Artikel 13. Uitvoering activiteiten

De opleiding waar de subsidie betrekking op heeft, vangt uiterlijk 12 maanden na het verstrekken van subsidie aan.

Artikel 14. Terugvordering

  • 1. De minister kan subsidie in ieder geval terugvorderen voor zover:

    • a. de schoolleider niet start met het volgen van de opleiding;

    • b. de schoolleider voortijdig stopt met het volgen van de opleiding; of

    • c. het bevoegd gezag niet voldoet aan artikel 11.

  • 2. Het bevoegd gezag doet in ieder geval melding van de gevallen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 15. Verantwoording subsidie

De verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, met model G, onderdeel 1.

Artikel 16. Steekproef

Op verzoek van de minister toont het bevoegd gezag tot maximaal 1 jaar nadat de subsidieperiode is verstreken aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van een bewijsstuk waaruit blijkt dat er studieverlof is verleend aan de schoolleider.

Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tegemoetkoming vervangingskosten schoolleiders primair onderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker