Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling tegemoetkoming kosten distributie zelftesten mbo en ho
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling tegemoetkoming kosten distributie zelftesten mbo en ho; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
3-9-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 augustus 2021, nr. 29102575, houdende regels voor subsidieverstrekking ten behoeve van een tegemoetkoming voor distributie van zelftesten in het mbo en ho (Subsidieregeling tegemoetkoming kosten distributie zelftesten mbo en ho)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bekostigde instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • beroepsonderwijs: beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • hoger onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • instellingsbestuur: instellingsbestuur van een instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • niet-bekostigde instelling: andere dan in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, bedoelde instelling waarvan de aanvraag op grond van artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs is toegewezen, dan wel een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

De kaderregeling is van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De Minister verstrekt in het kader van de uitbraak van COVID-19 aan het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs of aan het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs die in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 juli 2021 zelftesten heeft ontvangen, subsidie voor een tegemoetkoming in de kosten van:

    • a. niet-bekostigde instellingen voor het ontvangen, opslaan en distribueren van zelftesten aan personeel en studenten binnen de instelling, en

    • b. bekostigde instellingen die hebben gekozen voor levering van de zelftesten aan de instelling en die vervolgens zelf volledig zorgdragen voor het ontvangen, opslaan en distribueren van zelftesten aan personeel en studenten binnen de instelling.

Artikel 4. Wijze van aanvragen

De subsidie wordt door het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs of door het instellingsbestuur van de instelling voor hoger onderwijs aangevraagd.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 15 oktober 2021.

  • 2. Aanvragen die worden ingediend na 15 oktober 2021 worden afgewezen.

  • 3. In aanvulling op artikel 3.4 van de kaderregeling, en in afwijking van de artikelen 3.5 tot en met 3.7 van de kaderregeling, bevat de aanvraag:

    • a. indien het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs of het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs voor een lager aantal studenten subsidie aanvraagt dan het aantal bedoeld in artikel 7, eerste lid, opgave van dit aantal studenten op het formulier, bedoeld in het vierde lid, voorzien van een motivering. Het subsidiebedrag bedraagt in dat geval ten minste € 3.000,–;

    • b. een verklaring van het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs of het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs, dat zij zelftesten heeft ontvangen en zelf de distributie onder personeel en studenten heeft verzorgd;

    • c. een ingevuld activiteitenverslag bestaande uit enkele in het aanvraagformulier opgenomen vragen.

  • 4. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat door DUS-I beschikbaar wordt gesteld. Aan het bevoegd gezag van de betreffende instellingen voor beroepsonderwijs of het instellingsbestuur van de betreffende instellingen voor hoger onderwijs wordt een persoonlijke link toegezonden.

Artikel 6. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekkingen op grond van deze regeling is in het kalenderjaar 2021 ten hoogste € 3.000.000 beschikbaar.

Artikel 7. Berekeningswijze subsidiebedrag

  • 1. De hoogte van het subsidiebedrag per instelling wordt bepaald op grond van het aantal studenten dat op 1 oktober 2020 aan de instelling als daadwerkelijk schoolgaand stond ingeschreven in het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers.

  • 2. De hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend door het aantal studenten van de instelling te vermenigvuldigen met € 63,–.

  • 3. Instellingen waaraan minder dan 50 deelnemers staan ingeschreven, komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.

  • 4. Voor instellingen waaraan minder dan 10.000 deelnemers staan ingeschreven, bedraagt het subsidiebedrag, berekend op grond van het tweede lid, ten hoogste € 50.000.

  • 5. Voor instellingen waaraan 10.000 of meer deelnemers staan ingeschreven, bedraagt het subsidiebedrag ten hoogste € 100.000.

Artikel 8. Subsidieverplichting, betaling en besteding subsidie

  • 1. De activiteiten worden uitgevoerd in de periode van 1 april 2021 tot en met 15 oktober 2021.

  • 2. De Minister betaalt het subsidiebedrag in één termijn.

  • 3. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten passend bij het doel van deze regeling of overige activiteiten ten behoeve van de aanpak van de coronacrisis in het onderwijs.

Artikel 9. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie voor de bekostigde instellingen geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. Indien de hoogte van de subsidie voor een niet-bekostigde instelling minder bedraagt dan € 25.000,– wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de Minister bij de vaststelling wordt genoemd. De artikelen 7.2, tweede lid, en 7.3, eerste, tweede en vierde lid, van de kaderregeling zijn van toepassing.

  • 3. Indien de hoogte van de subsidie voor een niet-bekostigde instelling meer bedraagt dan € 25.000,– wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de Minister bij de vaststelling wordt genoemd. De artikelen 7.2, eerste lid, en 7.6 van de kaderregeling zijn van toepassing.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2021.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tegemoetkoming kosten distributie zelftesten mbo en ho.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven