Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
1-5-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 16 maart 2021, nr. PO/27327547, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van de pilot doorlopende begeleiding startende leraren in het primair onderwijs (Subsidieregeling pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1.1.1, onder w, sub 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onder y, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • lerarenopleiding: op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde bachelor- of masteropleiding tot leraar primair onderwijs, leraar voortgezet onderwijs, of leraar beroepsonderwijs en volwasseneducatie;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • opleidingsschool: partnerschap tussen één of meer scholen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, of beroepsonderwijs en volwasseneducatie en één of meer lerarenopleidingen die in gezamenlijkheid toekomstige leraren op de werkplek opleiden;

  • penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 4;

  • po: primair onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra;

  • school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend;

  • startende leraar: degene die voldoet aan de bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra, dan wel kan worden benoemd of tewerk kan worden gesteld zonder benoeming als bedoeld in artikel 33, lid 1b, van de Wet op het voortgezet onderwijs en minder dan drie aaneengesloten jaren werkervaring als leerkracht heeft in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs of in het praktijkonderwijs.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

De minister kan aan een opleidingsschool subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten voor het ontwikkelen en aanbieden van een doorlopende lijn van vraaggerichte begeleiding voor startende leraren in het primair onderwijs in de periode van 1 augustus 2021 tot en met 31 juli 2024.

Artikel 4. Penvoerder

  • 1. Subsidie wordt verstrekt aan een instelling die namens een opleidingsschool als penvoerder optreedt.

  • 2. Per opleidingsschool treedt één partner binnen het partnerschap Samen Opleiden en Professionaliseren op als penvoerder. De penvoerder is gelijk aan de penvoerder die namens de opleidingsschool als subsidieontvanger optreedt voor de subsidie op grond van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019.

  • 3. De penvoerder is de subsidieontvanger. Subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.

  • 4. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partner binnen het partnerschap in de opleidingsschool feitelijk met de uitvoering van de activiteiten is belast.

Artikel 5. Subsidieplafond en subsidiebedrag

  • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal € 768.000 beschikbaar voor de volledige looptijd van de pilot (2021-2024).

  • 2. Het subsidiebedrag is een vast bedrag van€ 192.000 per opleidingsschool.

Artikel 6. Subsidieaanvraag

  • 1. Een subsidieaanvraag kan ingediend worden van 1 mei 2021 tot en met 1 juni 2021.

  • 2. Aanvragen die worden ingediend na 1 juni 2021, worden niet in behandeling genomen.

  • 3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daarvoor op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 7. Voorwaarden aanvraag subsidie

  • 1. De aanvraag voor de subsidie wordt gedaan door een penvoerder van een erkende opleidingsschool op grond van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019.

  • 2. Een aanvraag tot verlening van subsidie bevat:

    • a. een beschrijving van de afspraken over de doorlopende begeleiding van de startende leraren binnen de opleidingsschool;

    • b. een activiteitenplan.

  • 3. De artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Uit de beschrijving van de afspraken over de doorlopende begeleiding van de startende leraren blijkt in ieder geval:

    • a. welke competenties worden ontwikkeld in de eerste drie jaar van het loopbaanpad en hoe deze ontwikkeling inzichtelijk wordt gemaakt;

    • b. welke begeleidings- en professionaliseringsactiviteiten hiervoor worden georganiseerd en wat daarbij de rolverdeling is tussen het schoolbestuur en de lerarenopleiding;

    • c. hoe de betrokken medewerkers en de startende leraren gefaciliteerd worden om deze activiteiten te organiseren en hieraan deel te nemen.

  • 5. Het activiteitenplan bevat in ieder geval:

    • a. een beschrijving van hoe frequent en in welke vorm de startende leraren in de huidige situatie begeleiding wordt geboden en, indien van toepassing, hoe de startende leraren al betrokken zijn bij de invulling van deze begeleiding;

    • b. een beschrijving van de beoogde begeleidingsstructuur en hoe daarmee een doorlopende begeleidingslijn wordt ontwikkeld. Hieruit blijkt in ieder geval:

      • 1°. wat onder goede doorlopende begeleiding wordt verstaan;

      • 2°. over welke competenties opleiders en begeleiders moeten beschikken;

      • 3°. hoe de startende leraren betrokken worden bij de inrichting van de begeleiding in de nieuwe situatie;

      • 4°. welke kwaliteitseisen aan de startende leraren en hun begeleiders worden gesteld;

      • 5°. hoe betrokkenheid bij de coaching en begeleiding, gescheiden wordt van de betrokkenheid bij het beoordelen van het functioneren van de startende leraren;

      • 6°. op welke manier de monitoring van de kwaliteit van de begeleiding georganiseerd gaat worden, en hoe aan de verdere professionalisering van de begeleiding wordt gewerkt.

    • c. een beschrijving en planning van de activiteiten die door de opleidingsschool georganiseerd gaan worden. Uit deze beschrijving blijkt in elk geval:

      • 1°. hoe frequent en in welke vorm de startende leraren begeleid gaan worden;

      • 2°. hoe de begeleiding door de mentor- en de intervisiebijeenkomsten vormgegeven gaan worden en wat daarbij de rolverdeling is tussen de school en de lerarenopleiding;

      • 3°. dat de intervisiebijeenkomsten erop gericht zijn de startende leraren de mogelijkheid te bieden hun werkervaring en de daaraan gerelateerde problemen te delen met andere startende leraren, en dat de bijeenkomsten plaatsvinden onder begeleiding van een intervisiecoach;

      • 4°. hoe de thema’s kennis van zorgconstructen, omgang met ouders, klassenmanagement en werkdruk terugkomen in de begeleiding;

      • 5°. hoe de begeleiding past in het strategisch HR-beleid van de partners van het partnerschap.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1. De minister besluit over de subsidieverstrekking op basis van of de subsidieaanvrager voldoet aan de voorwaarden voor de subsidie, bedoeld in artikel 7.

  • 2. Op grond van deze regeling wordt aan ten hoogste vier opleidingsscholen subsidie verstrekt. Indien er meer dan vier aanvragen voor verstrekking van subsidie in aanmerking komen op basis van het voldoen aan de subsidievoorwaarden, bedoeld in artikel 7, bepaalt de minister de volgorde waarin de aanvragen voor subsidie in aanmerking komen op basis van loting.

Artikel 9. Vaststelling subsidie en betaling

  • 1. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na het einde van de in artikel 6, eerste lid, genoemde aanvraagperiode.

  • 2. De minister betaalt het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in drie gelijke delen in de schooljaren 2021-2022, 2022-2023, en 2023-2024.

  • 3. De minister betaalt de subsidie voor het desbetreffende schooljaar in de maand augustus van dat schooljaar.

Artikel 10. Te subsidiëren activiteiten en subsidieverplichtingen

  • 1. Een opleidingsschool ontwikkelt en organiseert een doorlopende lijn van vraaggerichte begeleiding voor startende leraren die goed aansluit op de opleiding of route die de startende leraren hebben gevolgd.

  • 2. De penvoerder draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag van de school waar de startende leraren werkzaam zijn tijd vrij maakt binnen de aanstelling van de startende leraren om deel te kunnen nemen aan de begeleidingsactiviteiten en deze voor te kunnen bereiden.

  • 3. De penvoerder stelt een mentor en intervisiecoach beschikbaar om de startende leraren te begeleiden en deze begeleiding voor te kunnen bereiden.

  • 4. De penvoerder draagt er zorg voor dat er tenminste 30 startende leraren, waaronder zowel voormalige zij-instromers in het beroep als voormalig (academische) studenten, deelnemen aan de begeleidingsactiviteiten. Deze startende leraren dienen gedurende de eerste drie jaar begeleiding te ontvangen.

  • 5. De opleidingsschool werkt samen met de klankbordgroep en werkt mee aan het evaluatieonderzoek dat wordt uitgevoerd naar de pilot, zodat de opgedane kennis breed gedeeld kan worden in het scholenveld.

  • 6. In aanvulling op artikel 5.2 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS houdt de subsidieontvanger een administratie bij:

    • a. waarin inzichtelijk en controleerbaar het aantal startende leraren dat deelneemt aan de pilot in een schooljaar wordt geregistreerd;

    • b. die zodanig is opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate rapportages.

Artikel 11. Besteding subsidie

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 12. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien de opleidingsschool niet langer voldoet aan de voorschriften van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019 of voor zover voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds op grond van een andere regeling subsidie is verstrekt.

Artikel 13. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan via een activiteitenverslag dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen waaronder het meewerken aan een evaluatie en het borgen van kennisdeling.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2021 en vervalt met ingang van 1 september 2024.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob