Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2023
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2023; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
10-11-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 november 2021, MBO/28663849, houdende regels voor subsidieverstrekking aan mbo-instellingen voor nazorg aan jongeren met een moeilijke start op de arbeidsmarkt (Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2023)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, onder 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

  • centrumgemeente: centrumgemeente van een arbeidsmarktregio als bedoeld in artikel 1.8 van de Regeling SUWI;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • gediplomeerde schoolverlaters: schoolverlaters die een mbo-diploma hebben gehaald en vallen onder de doelgroep, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b;

  • eerste aanvraagtijdvak: aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a;

  • instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of Scholengemeenschap Bonaire, voor zover die bekostigde beroepsopleidingen verzorgt als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • nazorg: nazorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid;

  • RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs van een RMC-regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • tweede aanvraagtijdvak: aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De Minister kan op aanvraag aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken voor het bieden van nazorg die:

    • a. plaatsvindt in 2022 en 2023;

    • b. wordt gegeven aan gediplomeerde schoolverlaters tot 27 jaar met een moeilijke start op de arbeidsmarkt;

    • c. is gericht op de overstap van de gediplomeerde schoolverlaters naar een vervolgopleiding of op het vinden van werk, of bestaat uit de doorgeleiding van de gediplomeerde schoolverlaters naar instanties die hen kunnen begeleiden naar werk; en

    • d. in ieder geval mede bestaat uit persoonlijk en direct contact tussen de gediplomeerde schoolverlater en de instelling.

  • 2. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a. activiteiten voor zover daarvoor reeds een andere subsidie of financiële bijdrage door de Minister of een ander bestuursorgaan aan het bevoegd gezag is verstrekt, waaronder in ieder geval:

      • 1°. subsidie op grond van de Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022; en

      • 2°. indien het een subsidieaanvraag in het tweede aanvraagtijdvak betreft, subsidie die is verstrekt naar aanleiding van een subsidieaanvraag in het eerste aanvraagtijdvak; of

    • b. activiteiten die voor het tijdstip van het indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden.

Artikel 4. Subsidieplafond

Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is ten hoogste een bedrag van € 10.500.000,– beschikbaar.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1. Voor de subsidieaanvraag wordt een door de Minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekendgemaakt op de website https://www.formulierdus-i.nl/nmbo22/.

  • 2. Een aanvraag kan worden ingediend:

    • a. gedurende het eerste aanvraagtijdvak: van 10 november 2021 tot en met 24 december 2021; en

    • b. gedurende het tweede aanvraagtijdvak, mits het subsidieplafond, genoemd in artikel 4, na het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt: van 15 maart 2022 tot en met 26 april 2022.

  • 3. De Minister wijst de aanvragen die zijn ingediend buiten de aanvraagperiode af.

  • 4. Een bevoegd gezag dat voor meerdere instellingen subsidie wil aanvragen, dient voor elke instelling een afzonderlijke aanvraag in.

  • 5. De subsidieaanvraag bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. De artikelen 3.4 tot en met 3.6 van de Kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 6. In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan in ieder geval:

    • a. een beschrijving van de te bieden nazorg;

    • b. een prognose van het aantal gediplomeerde schoolverlaters dat van de nazorg gebruik zal maken;

    • c. een beschrijving van de wijze waarop met de relevante partners van de instelling zal worden samengewerkt, waaronder in ieder geval:

      • 1°. de RMC-contactgemeente of -gemeenten waaronder de instelling valt;

      • 2°. de centrumgemeente of -gemeenten waaronder de instelling valt;

      • 3°. eventuele andere instanties die jongeren begeleiden naar werk; en

      • 4°. werkgevers;

    • d. indien eerder subsidie aan het bevoegd gezag is verstrekt op grond van de Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022, een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten waarvoor nu subsidie wordt aangevraagd zich onderscheiden van de activiteiten waarvoor de eerdere subsidie is verstrekt; en

    • e. indien eerder subsidie aan het bevoegd gezag is verstrekt naar aanleiding van een subsidieaanvraag in het eerste aanvraagtijdvak en dit een subsidieaanvraag in het tweede aanvraagtijdvak betreft, een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten waarvoor nu subsidie wordt aangevraagd zich onderscheiden van de activiteiten waarvoor de eerdere subsidie is verstrekt.

  • 7. Bij de begroting hanteert het bevoegd gezag een vast uurtarief voor de loonkosten van € 80,– exclusief BTW.

  • 8. Voor subsidieverstrekking aan het bevoegd gezag van Scholengemeenschap Bonaire geldt dat:

    • a. het in afwijking van het zesde lid, onderdeel c, onder 1° en 2°, in het activiteitenplan een beschrijving opneemt van de wijze waarop met het openbaar lichaam Bonaire zal worden samengewerkt; en

    • b. in aanvulling op artikel 1.9 van de Kaderregelingtitel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 6. Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan worden geweigerd, indien de kosten naar het oordeel van de Minister niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten.

Artikel 7. Verdeling subsidiebedragen eerste aanvraagtijdvak

  • 1. Voor elk bevoegd gezag is in het eerste aanvraagtijdvak een maximaal subsidiebedrag per instelling beschikbaar dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

  • 2. Onverminderd het maximale subsidiebedrag per instelling, wordt het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het door het bevoegd gezag begrote totaalbedrag in de begroting als bedoeld in artikel 5, vijfde lid.

  • 3. Het subsidiebedrag voor Scholengemeenschap Bonaire wordt omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 8. Verdeling subsidiebedragen tweede aanvraagtijdvak

  • 1. Indien het subsidieplafond, genoemd in artikel 4, na het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, is er een tweede aanvraagtijdvak.

  • 2. Het maximale subsidiebedrag per instelling in het tweede aanvraagtijdvak is gelijk aan dat in het eerste aanvraagtijdvak en is opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Een bevoegd gezag kan zowel in het eerste als het tweede aanvraagtijdvak een subsidieaanvraag doen.

  • 3. Onverminderd het maximale subsidiebedrag per instelling, wordt het subsidiebedrag bepaald aan de hand van het door het bevoegd gezag begrote totaalbedrag in de begroting als bedoeld in artikel 5, vijfde lid.

  • 4. Indien het subsidieplafond voor het tweede aanvraagtijdvak ontoereikend is om alle aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst gerangschikt.

  • 5. Het subsidiebedrag voor Scholengemeenschap Bonaire wordt omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 9. Subsidieverplichtingen

  • 1. De activiteiten worden afgerond op uiterlijk 31 december 2023.

  • 2. Het bevoegd gezag spant zich er aantoonbaar voor in dat het aantal geprognosticeerde gediplomeerde schoolverlaters, bedoeld in artikel 5, zesde lid, onderdeel b, ook daadwerkelijk van de door het bevoegd gezag georganiseerde nazorg en in het bijzonder van de persoonlijke en directe contactmomenten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, gebruik maakt.

  • 3. Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert het bevoegd gezag een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel gediplomeerde schoolverlaters van de nazorg gebruik hebben gemaakt.

  • 4. Aan de gediplomeerde schoolverlaters of hun ouders of verzorgers wordt geen vergoeding voor de nazorg gevraagd.

  • 5. Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan de evaluatie als bedoeld in artikel 11.

Artikel 10. Subsidievaststelling, betaling en verantwoording

  • 1. De subsidie wordt direct vastgesteld op:

    • a. voor de subsidies die zijn aangevraagd in het eerste aanvraagtijdvak, uiterlijk 28 februari 2022;

    • b. voor de subsidies die zijn aangevraagd in het tweede aanvraagtijdvak, uiterlijk 30 juni 2022.

  • 2. De Minister betaalt het subsidiebedrag in een keer.

  • 3. De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of, voor Scholengemeenschap Bonaire, de Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES in de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1.

  • 4. Het bevoegd gezag toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

  • 5. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 11. Evaluatie

De Minister evalueert de subsidieregeling uiterlijk in 2024.

Artikel 12. Wijziging Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022

[Wijzigt de Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022.]

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Bijlage behorend bij artikel 7 en 8 van de Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2023

Maximumbedrag per instelling per aanvraagtijdvak

Instellingsnaam

Bedrag totaal

Aeres MBO

€ 78.302

Albeda

€ 693.742

Alfa-college

€ 252.818

Aventus

€ 199.453

Cibap

€ 23.754

Clusius College

€ 25.005

Curio-agrarisch opleidingscentrum

€ 16.058

Curio-regionaal opleidingscentrum

€ 276.080

Da Vinci College

€ 161.728

De Rooi Pannen

€ 119.748

Deltion College

€ 262.511

Drenthe College

€ 121.142

Friesland College

€ 139.900

Gilde Opleidingen

€ 181.993

Graafschap College

€ 141.505

Grafisch Lyceum Rotterdam

€ 95.798

Grafisch Lyceum Utrecht

€ 38.495

Hoornbeeck College

€ 69.428

Horizon College

€ 203.009

Hout- en Meubileringscollege

€ 84.584

Koning Willem I College

€ 204.321

Landstede MBO

€ 195.753

Leidse instrumentmakers School

€ 4.204

Lentiz

€ 37.449

MBO Amersfoort

€ 128.815

MBO Utrecht

€ 102.644

mboRijnland

€ 366.379

Mediacollege Amsterdam

€ 57.995

Nimeto

€ 29.507

Noorderpoort

€ 242.744

Nova College

€ 207.400

Regio College

€ 116.119

Rijn IJssel

€ 286.705

ROC A12

€ 129.481

ROC de Leijgraaf

€ 68.909

ROC Friese Poort

€ 239.224

ROC Kop van Noord-Holland

€ 56.498

ROC Menso Alting

€ 9.805

ROC Midden Nederland

€ 357.562

ROC Mondriaan

€ 597.937

ROC Nijmegen

€ 225.935

ROC Rivor

€ 31.900

ROC Ter AA

€ 67.429

ROC Tilburg

€ 172.347

ROC TOP

€ 129.130

ROC van Amsterdam

€ 1.007.204

ROC van Flevoland

€ 172.457

ROC van Twente

€ 423.448

Scalda

€ 154.263

Scholengemeenschap Bonaire

€ 25.762

Sintlucas

€ 40.145

SOMA College

€ 3.657

STC

€ 95.678

Summa College

€ 301.443

SVO

€ 2.245

Terra

€ 33.206

Vista College

€ 239.100

Yuverta

€ 149.280

Zadkine

€ 540.341

Zone.college

€ 60.526