Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen; Kaderwet VWS-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet overige OCW-subsidies; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies
Geldend vanaf
13-3-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 27 november 2019, kenmerk 1596133-197192-CZ, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor het verrichten van kunstmatige inseminatie met donorsemen indien dit niet ten laste van de zorgverzekering kan worden gebracht (Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister voor Medische Zorg;

  • instelling:

    • 1. een rechtspersoon die in het bezit is van een erkenning als weefselinstelling of orgaanbank specifiek voor donorsemen als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal; of

    • 2. een door de minister aangewezen zorginstelling;

  • basis oriënterend fertiliteitsonderzoek: een of twee consulten inclusief een echo om de mogelijkheden om te komen tot een zwangerschap te onderzoeken;

  • KID-behandeling: behandeling door middel van kunstmatige inseminatie met donorsemen waarbij de zaadcellen in de baarmoederholte worden ingebracht (intra-uteriene inseminatie).

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een instelling voor het uitvoeren van een basis oriënterend fertiliteitsonderzoek of het verrichten van een KID-behandeling bij:

    • a. verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;

    • b. personen die op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen zijn ontheven van de verplichtingen, opgelegd op grond van de Wet langdurige zorg;

    • c. personen die uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, recht hebben op zorg of andere diensten in de zin van de Zorgverzekeringswet.

  • 2. Het uitvoeren van een basis oriënterend fertiliteitsonderzoek of het verrichten van een KID-behandeling komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:

    • a. deze activiteiten niet op grond van een ziektekostenverzekering of een wettelijk voorschrift bekostigd kunnen worden;

    • b. deze activiteiten volgens de geldende richtlijnen en protocollen uitgevoerd worden;

    • c. er maximaal twaalf KID-behandelingen worden uitgevoerd per te bereiken zwangerschap; en

    • d. deze activiteiten niet in het kader van draagmoederschap worden verricht.

Artikel 4. Eigen betaling

Een subsidie voor het uitvoeren van een basis oriënterend fertiliteitsonderzoek wordt uitsluitend verstrekt indien de instelling aan de desbetreffende vrouw een eigen betaling, vastgesteld op de helft van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet, in rekening heeft gebracht.

Artikel 5. Subsidiebedrag

De subsidie bestaat uit een bedrag dat wordt berekend door voor het basis oriënterend fertiliteitsonderzoek en de KID-behandeling aan te sluiten bij de door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde maximumtarieven voor overeenkomende zorgproducten en die te vermenigvuldigen met het aantal basis oriënterende fertiliteitsonderzoeken en KID-behandelingen dat in het subsidiejaar is verricht, te verminderen met de totaal in rekening gebrachte eigen betalingen, bedoeld in artikel 4.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

  • 1. De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt.

  • 2. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk dertien weken voor aanvang van het subsidiejaar ontvangen.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, wordt een aanvraag ten behoeve van het subsidiejaar 2020 uiterlijk 1 april 2020 ontvangen.

  • 4. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de regels gesteld in het tweede en derde lid.

Artikel 7. Aanvraag tot verlening

De aanvraag tot verlening van een subsidie gaat vergezeld van een begroting die, in aanvulling op artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, een overzicht bevat van het aantal per jaar te verrichten basis oriënterende fertiliteitsonderzoeken en KID-behandelingen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 8. Verlening en bevoorschotting

  • 1. De minister vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie het aantal basis oriënterende fertiliteitsonderzoeken en KID-behandelingen per jaar waarvoor de subsidie wordt verleend alsmede de subsidiebedragen per basis oriënterend fertiliteitsonderzoek en per KID-behandeling.

  • 2. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve voorschotten. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het subsidiejaar.

Artikel 9. Aanvraag tot vaststelling

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt binnen 22 weken na afloop van het subsidiejaar ingediend.

  • 2. In aanvulling op Hoofdstuk 7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een opgave van het aantal in het subsidiejaar verrichte basis oriënterende fertiliteitsonderzoeken en KID-behandelingen en het aantal vrouwen bij wie deze behandelingen in dat jaar zijn uitgevoerd.

  • 3. Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger in afwijking van artikel 7.5, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS tevens verantwoording af door het overleggen van een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in artikel 7.5, derde lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS in plaats van een assurancerapport.

  • 4. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10. DAEB

  • 1. Het uitvoeren van basis oriënterende fertiliteitsonderzoeken en KID-behandelingen op grond van deze regeling wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de instelling met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat haar belast met en zij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins