Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs; Wet op het primair onderwijs; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet op de expertisecentra; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet voortgezet onderwijs BES
Geldend vanaf
17-12-2020
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 26 maart 2020, nr. IB/21662336 houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor internationalisering in het funderend onderwijs (Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 70 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 75a van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra, artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • instelling: bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES, of een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • internationalisering: ontwikkelen van internationale oriëntatie, kennis, communicatie, reflectie en samenwerking met als doel het verwerven van internationale competenties van de leerling en de docent;

  • minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • school- of studiejaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgend jaar;

  • tpo: tweetalig primair onderwijs, waarbij maximaal 50% van de onderwijstijd in het Engels wordt gegeven;

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De Minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken ten behoeve van de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid.

  • 2. Indien de instelling een agrarisch opleidingscentrum is, kan enkel subsidie worden verstrekt voor de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid, gericht op het voorbereidend beroepsonderwijs of voortgezet onderwijs dat door het opleidingscentrum wordt verzorgd.

Artikel 4. Subsidieplafonds

Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2020 € 800.000 en voor de kalenderjaren 2021, 2022, 2023 en 2024 telkens € 1.000.000.

Artikel 5. Subsidieaanvraag en verdeelcriterium

  • 1. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is hierbij niet van toepassing.

  • 2. Aanvragen met betrekking tot activiteiten in 2021 kunnen niet eerder worden ingediend dan 1 januari 2021.

  • 3. Aanvragen met betrekking tot activiteiten in 2022 of een daaropvolgend kalenderjaar kunnen niet eerder worden ingediend dan 1 november voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 4. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

Artikel 6. Subsidieverstrekking

Subsidie wordt verstrekt indien:

  • a. de aanvrager aantoont een plan te hebben om internationalisering te verankeren in schoolbeleid of heeft internationalisering al verankerd in het schoolbeleid;

  • b. de aanvrager aangeeft dat de activiteiten plaatsvinden binnen het reguliere onderwijsprogramma.

Artikel 6a. Weigeringsgronden

De subsidie wordt geweigerd, indien:

  • a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd tevens op grond van het subsidieprogramma Erasmus+ subsidie is ontvangen of aangevraagd;

  • b. door de aanvrager reeds in de drie aaneengesloten voorafgaande jaren subsidie is ontvangen op grond van deze regeling of de Subsidieregeling Internationalisering po en vo;

  • c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd betrekking hebben op tpo;

  • d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onder de reguliere bekostiging vallen;

  • e. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd samenhangen met mobiliteit van leerlingen, studenten of leraren; of

  • f. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd samenhangen met nascholing van leraren in het buitenland.

Artikel 7. Berekening subsidiebedrag

  • 1. De subsidie bedraagt ten hoogste:

    • a. € 5.000,– voor een instelling in het primair onderwijs; en

    • b. € 10.000,– voor een instelling in het voortgezet onderwijs of een agrarisch opleidingscentrum.

  • 2. Bij een bevoegd gezag met ten hoogste tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste € 20.000,–.

  • 3. Bij een bevoegd gezag met meer dan tien instellingen bedraagt het totale gezamenlijke subsidiebedrag ten hoogste € 30.000,–.

Artikel 8. Besteding subsidie

  • 1. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag.

  • 2. De Minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

  • 3. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 9. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving of overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES.

  • 2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling internationalisering funderend onderwijs.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob