Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling instructeursbeurs mbo
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling instructeursbeurs mbo; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
19-7-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 juli 2019, nr. MBO/10152750 houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan instructeurs en het bevoegd gezag in het middelbaar beroepsonderwijs (Subsidieregeling instructeursbeurs mbo)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bachelor of associate degree-opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs en wordt verzorgd door een erkende onderwijsinstelling;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdelen 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;

  • instructeur: personeelslid van een instelling, niet zijnde docent, belast met onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.2, van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • studiepunten: studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • subsidie voor studiekosten: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

  • subsidie voor studieverlof: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

Hoofdstuk 2. Subsidie voor instructeursbeurs

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, met uitzondering van de artikelen 2.3, eerste lid, onderdeel a, 3.1 en 3.2, tweede lid.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1. De minister kan subsidie verstrekken aan:

    • a. een instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs voor studiekosten in verband met het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding; en

    • b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof voor het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding aan de instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs.

  • 2. De subsidie wordt telkens voor één studiejaar en voor één opleiding verstrekt.

  • 3. De minister verstrekt aan een instructeur ten hoogste driemaal subsidie, indien het een opleiding betreft met een totale studielast van meer dan zestig studiepunten.

Artikel 4. Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Voor het kalenderjaar 2019 is voor het verstrekken van de subsidie op grond van deze regeling ten hoogste € 700.000,– beschikbaar.

  • 1a. Voor de kalenderjaren 2021, 2022, 2023 en 2024 is voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling jaarlijks ten hoogste € 1,8 miljoen beschikbaar.

  • 2. Indien het beschikbare bedrag niet volledig wordt verstrekt, wordt het resterende bedrag door de Minister bekendgemaakt in de Staatscourant en toegevoegd aan het voor subsidieverstrekking in het desbetreffende kalenderjaar beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling subsidie zij-instroom.

  • 3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij subsidieverstrekking.

  • 4. De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend als datum van ontvangst.

  • 5. In afwijking van het vierde lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Indien de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

Artikel 5. Subsidieaanvraag studiekosten en studieverlof

  • 1. De subsidie voor studiekosten wordt aangevraagd door de instructeur.

  • 2. De subsidie voor studieverlof wordt door de instructeur aangevraagd namens het bevoegd gezag.

  • 3. Een aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van de aanvraagformulieren die daartoe op de website van DUO beschikbaar zijn gesteld.

  • 4. Een subsidieaanvraag kan jaarlijks worden ingediend van 1 april tot en met 31 mei, voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt gevraagd.

  • 5. In afwijking van het vierde lid kan voor het studiejaar 2019/2020 een subsidieaanvraag worden ingediend van 1 september 2019 tot 1 oktober 2019.

  • 6. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 7. Een aanvraag voor een tweede subsidie voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.

  • 8. Een aanvraag voor een tweede of derde subsidie voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.

Artikel 6. Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een instructeur, voor zover deze van de minister op basis van een andere regeling een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt voor het volgen van de opleiding.

Artikel 7. Beslistermijn

  • 2. Indien de instructeur het dienstverband met het bevoegd gezag beëindigt en bij een ander bevoegd gezag in dienst treedt, maakt de instructeur daar melding van bij DUO in overeenstemming met het nieuwe bevoegd gezag.

Paragraaf 2.2. Subsidie voor studiekosten

Artikel 8. Subsidiecriteria

De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan een instructeur die:

  • a. voldoet aan de bekwaamheidseisen voor instructeurs in het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;

  • b. in dienst is van een bevoegd gezag dan wel een andere werkgever, en werkt bij een of meerdere instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdelen 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en

  • c. voor minimaal twintig procent van zijn betrekkingsomvang belast is met het geven van instructie aan studenten met het oog op het verwerven van beroepsvaardigheden of het begeleiden van studenten binnen onderdelen van de beroepsopleiding die betrekking hebben op de beroepspraktijk tijdens de begeleide onderwijsuren, bedoeld in artikel 7.2.7, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 9. Berekening subsidiebedrag en betaling

  • 1. De subsidie voor studiekosten bestaat uit:

    • a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7.000;

    • b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en

    • c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

  • 2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid, betaalt de minister het subsidiebedrag voor het studiejaar 2019/2020 in het kalenderjaar 2019.

  • 4. In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, bestaat de subsidie voor studiekosten voor het studiejaar 2021–2022 uit:

    • a. de kosten van studiemiddelen van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en

    • b. de reiskosten van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

Artikel 10. Subsidieverplichting

  • 1. De instructeur behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten.

  • 2. In afwijking van het eerste lid behaalt de instructeur in het studiejaar 2019–2020 en het studiejaar 2020–2021 ten minste vijf studiepunten.

Artikel 11. Steekproef

  • 1. Op verzoek van de minister toont de instructeur aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van:

    • a. een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald; en

    • b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij tenminste vijftien studiepunten heeft behaald.

  • 2. Ten aanzien van subsidies die voor het studiejaar 2019–2020 en het studiejaar 2020–2021 zijn verstrekt toont de instructeur, in afwijking van het eerste lid, op verzoek van de minister aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van:

    • a. een document waaruit blijkt dat hij het collegegeld heeft betaald; en

    • b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijf studiepunten heeft behaald.

Artikel 12. Vaststelling

De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Paragraaf 2.3. Subsidie voor studieverlof

Artikel 13. Subsidiecriteria

De subsidie voor studieverlof wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag, indien:

  • a. de instructeur in dienst is bij het bevoegd gezag; en

  • b. aan deze instructeur subsidie voor studiekosten wordt verleend.

Artikel 14. Aantal studieverlofuren

  • 1. Voor een instructeur met een voltijdsaanstelling komt ten hoogste 160 uur studieverlof voor subsidie in aanmerking.

  • 2. Bij een instructeur met een deeltijdsaanstelling komt van de 160 uren studieverlof ten hoogste een evenredig deel voor subsidie in aanmerking.

Artikel 15. Subsidiebedrag en betaling

  • 1. Het subsidiebedrag voor studieverlof bedraagt € 36,29 per studieverlofuur.

  • 2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid, betaalt de minister het subsidiebedrag voor het studiejaar 2019/2020 in het kalenderjaar 2019.

Artikel 16. Terugvordering

De minister kan de subsidie voor studieverlof terugvorderen indien:

  • de leraar binnen twee maanden na het verstrekken van de subsidie de aanvraag voor studieverlof of de aanvraag voor studiekosten intrekt.

Artikel 17. Subsidieverplichting

  • 1. Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de instructeur.

  • 2. Uit de administratie van het bevoegd gezag blijkt dat het studieverlof daadwerkelijk is verleend.

Artikel 18. Vaststelling en niet-bestede middelen

  • 1. De subsidie voor studieverlof wordt direct vastgesteld.

  • 2. Indien voldaan is aan de subsidieverplichting kan de resterende subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 19. Verantwoording

De verantwoording door het bevoegd bezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 20. Inwerkingtreding en horizonbepaling

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 01 augustus 2019.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 01 augustus 2024.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instructeursbeurs mbo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven