Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling andere eindtoetsen PO
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling andere eindtoetsen PO; Wet overige OCW-subsidies; Toetsbesluit PO; Wet op het primair onderwijs; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs
Geldend vanaf
1-1-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 november 2014, nr. PO/643040, houdende regels met betrekking tot het verlenen van subsidie aan toetsaanbieders (Subsidieregeling andere eindtoetsen PO)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 10 van het Toetsbesluit PO,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • b. eindtoets: eindtoets als bedoeld in artikel 9b, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs,

  • c. subsidieontvanger: rechtspersoon die een eindtoets uitgeeft waarvan het gebruik op grond van artikel 9b, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs is toegestaan,

  • d. school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,

  • e. bevoegd gezag: bevoegd bezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,

  • f. leerling: leerling van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,

  • g. DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen.

Artikel 1a. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op deze regeling, met uitzondering van de artikelen 7.3 tot en met 7.8.

Artikel 2. Subsidievoorwaarden

  • 1. De minister verstrekt subsidie aan de subsidieontvanger voor het aanbieden van een eindtoets en activiteiten die daar direct mee samenhangen.

  • 2. De subsidieontvanger komt voor subsidie in aanmerking indien:

    • a. de eindtoets door de subsidieontvanger is ontwikkeld,

    • b. het intellectueel eigendom van de eindtoets bij de subsidieontvanger berust,

    • c. de eindtoets gedurende de periode dat de eindtoets is toegelaten jaarlijks wordt aangeboden,

    • d. de eindtoets feitelijk wordt afgenomen bij tenminste 1.000 leerlingen, en

    • e. de subsidieontvanger de eindtoets om niet aan de scholen verstrekt die deze wensen af te nemen.

  • 3. De subsidieontvanger komt uitsluitend voor één eindtoets in aanmerking voor subsidie.

Artikel 3. Genormeerde subsidiebedragen

  • 1. Het vaste bedrag bedraagt € 500.000 per jaar. Indien door de subsidieontvanger in een bepaald jaar zowel een papieren als digitale versie van een eindtoets wordt aangeboden wordt het vaste bedrag in dat jaar van € 500.000 met € 315.000 verhoogd.

  • 2. Het variabele bedrag wordt berekend door het aantal leerlingen dat de eindtoets heeft gemaakt te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Het bedrag per leerling neemt af naarmate een toenemend aantal leerlingen de eindtoets heeft gemaakt. Het bedrag per leerling bedraagt:

    • a. voor leerling 1 tot en met leerling 5.000: € 45 per leerling;

    • b. voor leerling 5.001 tot en met leerling 10.000: € 35 per leerling; en

    • c. voor leerling 10.001 en verder: € 27 per leerling.

Artikel 4. Subsidieaanvraag en -verlening

  • 1. De subsidieontvanger dient jaarlijks voor 1 maart van het schooljaar waarin de eindtoets wordt aangeboden een aanvraag tot subsidieverlening in, voorzien van:

    • a. een opgave van het aantal leerlingen dat in het betreffende schooljaar naar verwachting de eindtoets zal gaan maken, onderverdeeld naar BRIN-nummer van de school die de toets afneemt,

    • b. een verklaring van de subsidieontvanger dat de onderliggende gegevens van de opgave als bedoeld onder a en de aanmeldingen voor het verstrekken van de eindtoets van de betreffende schoolbesturen in de administratie aanwezig zijn en desgevraagd opgeleverd kunnen worden, en

    • c. een verklaring van de subsidieontvanger dat deze voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en d, en zal voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c en e.

  • 2. De subsidieontvanger maakt bij de aanvraag bedoeld in het eerste lid gebruik van het standaardformulier gepubliceerd op de website van DUS-I.

  • 3. Aanvragen die op of na 1 maart van het schooljaar waarin de eindtoets wordt aangeboden bij DUS-I binnenkomen worden afgewezen.

  • 4. De minister beslist uiterlijk binnen 6 weken op de aanvraag tot subsidieverlening.

Artikel 5. Subsidieverplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger dient jaarlijks de eindtoets van de desbetreffende jaargang in bij de onafhankelijke commissie, bedoeld in artikel 9 van het Toetsbesluit PO, voor 1 augustus van het schooljaar waarin de toets wordt afgenomen.

  • 2. Ten behoeve van de vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 6 dient de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 augustus een opgave in van het aantal leerlingen dat in het desbetreffende jaar heeft deelgenomen aan de eindtoets onderverdeeld naar BRIN-nummer van de school die de toets heeft afgenomen. De onderliggende gegevens van deze opgave zijn aanwezig in de administratie en kunnen desgevraagd worden geleverd.

  • 3. De subsidieontvanger verstrekt aan de minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede uitvoering en naleving van deze regeling.

Artikel 6. Voorschot en vaststelling subsidie

  • 1. De subsidieontvanger ontvangt het totale subsidiebedrag in één keer bij wijze van voorschot voor 15 april van het jaar van de subsidieaanvraag.

  • 3. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks voor 1 november vastgesteld op basis van de opgave van het feitelijk aantal leerlingen dat in het desbetreffende jaar heeft deelgenomen aan de eindtoets.

Artikel 7. Verantwoording

De subsidieontvanger verantwoordt de subsidieverlening aan de hand van een prestatieverklaring, die bestaat uit de opgave, bedoeld in artikel 6, derde lid.

Artikel 8. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9. Monitor

Deze regeling wordt jaarlijks gemonitord en kan naar aanleiding daarvan worden bijgesteld.

Artikel 10. Overgangsbepaling

[Vervallen]

Artikel 10a. Afwijking berekening subsidiebedrag 2020 in verband met COVID-19

In 2020 vindt de vaststelling van het subsidiebedrag, in afwijking van artikel 6, derde lid, plaats op basis van de opgave van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en vervalt op 1 januari 2025.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling andere eindtoetsen PO.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker