Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling School en omgeving
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling School en omgeving; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
19-7-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 6 juli 2022, nr. 33295719, houdende regels voor de subsidiëring van een rijke schooldag voor leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (Subsidieregeling School en omgeving)

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES, of artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;

  • Convenant Rijke Schooldag: document waarin de lokale coalitie de samenwerking voor het uitvoeren en uitbreiden van een lokale rijke schooldag heeft vastgelegd voor de periode van ten minste drie jaar, en waarin is vastgelegd aan welke ambities de lokale coalitie zich committeert;

  • doorgroeier: een lokale coalitie met een goed lopend programma maar een beperkt aanbod en bereik.

  • GKA: Gelijke Kansen Alliantie;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma rijke schooldag, die in ieder geval bestaat uit een bevoegd gezag van één van deelnemende schoolvestiging, de gemeente waarin de school of vestiging staat, en één of meer (maatschappelijke) organisaties;

  • lokale partij: organisatie die opereert in de fysieke omgeving van een schoolvestiging, zoals zorginstellingen, bibliotheken, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, cultuurinstellingen of kinderopvang;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • ontwikkelgebieden: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;

  • penvoerder: bevoegd gezag van een deelnemende school of schoolvestiging die namens de lokale coalitie de aanvraag indient;

  • po: primair onderwijs niet zijnde speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs;

  • programma rijke schooldag: lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school of schoolvestiging, aangeboden door de lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES of artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;

  • schoolvestiging: nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 73a van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 127b van de Wet voortgezet onderwijs BES, nevenvestiging als bedoeld in artikel 73b van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 127c van de Wet voortgezet onderwijs BES of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 73d van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • so: speciaal onderwijs, niet zijnde voortgezet speciaal onderwijs;

  • starter: gebied dat nog niet gestart is met de uitvoering van een programma rijke schooldag of nog geen coalitie heeft gevormd.

  • voorloper: lokale coalitie die op grond van de Regeling selectie voorlopers Rijke Schooldag door de minister als voorloper is aangemerkt;

  • vo: voortgezet onderwijs;

  • vso: voortgezet speciaal onderwijs.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel en doelgroep

  • 1. De minister kan voor het schooljaar 2022–2023 subsidie verstrekken aan:

    • a. een bevoegd gezag dat een voorloper vertegenwoordigt, voor het uitbreiden of doorontwikkelen van een programma Rijke schooldag dat aansluit bij het curriculum door de desbetreffende lokale coalitie, als beschreven in het activiteitenplan; of

    • b. een bevoegd gezag dat een doorgroeier vertegenwoordigt, voor het uitbreiden of doorontwikkelen van een programma Rijke schooldag dat aansluit bij het curriculum door een lokale coalitie, als beschreven in het activiteitenplan.

  • 2. De minister kan bovendien voor de schooljaren 2022–2023 tot en met 2024–2025 eenmalig subsidie verstrekken aan starters, voor het opstellen van een projectplan en convenant dat is gericht op het in de toekomst aanbieden van een programma Rijke schooldag.

  • 3. Met doelgroep wordt in deze regeling bedoeld:

    • a. basisscholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, die ten minste een positieve achterstandsscore hebben op basis van de onderwijsscores als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, van de leerlingen die op 1 oktober 2021 stonden ingeschreven op de desbetreffende school of schoolvestiging;

    • b. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

    • c. speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs die meer dan vier leerlingen hebben met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;

    • d. scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, die meer dan vier leerlingen hebben met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;

    • d. scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in van artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs die ten minste een positieve achterstandsscore hebben op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 oktober 2021 op deze vestigingen zijn ingeschreven, zoals opgenomen in de bijlage van de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO; en

    • e. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES.

  • 4. Een programma Rijke schooldag heeft ten doel:

    • a. alle leerlingen op de scholen die behoren tot de doelgroep, ongeacht de omstandigheden waarin ze opgroeien, in staat te stellen zichzelf in brede zin hun talenten te ontplooien en vaardigheden te ontwikkelen ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs en een gelijkwaardige deelname aan de maatschappij; en

    • b. de samenwerking tussen de school of de schoolvestiging en lokale partijen met het oog op het onder a genoemde doel te bevorderen, waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school of schoolvestiging, is gevestigd, onderscheidenlijk het eilandsbestuur van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een ondersteunende rol heeft.

Artikel 4. Subsidieplafond, maximale hoogte subsidie

  • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor het schooljaar 2022–2023 in totaal een bedrag beschikbaar van € 33.970.000,–.

  • 2. Van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is:

    • a. € 26.370.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 45 voorlopers;

    • b. € 5.000.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 50 doorgroeiers; en

    • c. € 2.625.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 35 starters.

  • 3. Het subsidiebedrag voor een subsidie aan voorlopers is een vast bedrag van € 586.000,– per aanvraag.

  • 4. Het subsidiebedrag voor een subsidie aan doorgroeiers is een vast bedrag van € 100.000,– per aanvraag.

  • 5. Het subsidiebedrag voor een subsidie aan starters is een vast bedrag van € 75.000,– per aanvraag.

  • 6. Het subsidiebedrag voor een subsidieontvanger in Caribisch Nederland wordt omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

  • 7. Indien aan een voorloper geen subsidie wordt toegekend, wordt het beschikbare vaste bedrag herverdeeld in gelijke delen over de resterende voorlopers.

  • 8. Indien minder aanvragen voor doorgroeiers worden toegekend dan budget beschikbaar is, wordt het resterende bedrag herverdeeld in gelijke delen over de resterende geselecteerde doorgroeiers.

  • 9. Indien minder aanvragen voor starters worden toegekend dan budget beschikbaar is, wordt het resterende bedrag herverdeeld in gelijke delen over de aanvragers van de voorlopers.

Artikel 5. Aanvrager

  • 1. De subsidieaanvraag wordt ingediend door een bevoegd gezag van de school of schoolvestiging die behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel drie, derde lid.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid geldt dat een subsidie voor een voorloper of doorgroeier door de penvoerder wordt ingediend namens een lokale coalitie.

  • 3. De subsidie wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.

  • 4. De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de deelnemers aan de lokale coalitie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

  • 5. In aanvulling op het eerste lid geldt dat in het geval van een starter alleen scholen die behoren tot de doelgroep, als bedoeld in artikel 3, derde lid, een aanvraag kunnen indienen.

  • 6. Scholen of schoolvestigingen kunnen aan maximaal één aanvraag deelnemen.

Artikel 6. Aanvraag subsidie

  • 1. Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 22 augustus 2022 tot en met 30 september 2022. Aanvragen die worden ingediend na 30 september 2022 worden afgewezen.

  • 2. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend met het digitale aanvraagformulier dat te vinden is op de website www.dus-i.nl.

Artikel 7. Aanvullende eisen aanvraag voorlopers

  • 1. In aanvulling op artikel 6 gaat een aanvraag voor subsidie aan voorlopers vergezeld van:

    • a. een Convenant Rijke Schooldag;

    • b. een activiteitenplan dat is opgesteld waarin de voorloper aangeeft:

      • 1°. wat het huidige aanbod is in schooljaar 2021/2022;

      • 2°. wat het gemiddelde aantal leerlingen is dat een aanvullend aanbod krijgt per week over 40 schoolweken, over de gehele populatie van de scholen in de coalitie;

      • 3°. wat het gemiddelde aantal uren aanvullende aanbod is per week over 40 schoolweken over de gehele populatie van de scholen in de coalitie;

      • 4°. hoeveel ontwikkelgebieden in het huidig aanbod worden aangeboden;

      • 5°. naar welk aanbod wordt gestreefd, in leerlingenaantallen, uren, ontwikkelgebieden of naar welke kwaliteit, en

      • 6°. welke concrete activiteiten worden uitgevoerd om dat streven te bereiken;

  • 2. Een Convenant Rijke Schooldag wordt ondertekend door alle deelnemers aan de lokale coalitie die verantwoordelijk zijn voor de opstelling en uitvoering van het programma Rijke schooldag, waarin de deelnemers:

    • a. verklaren dat zij gezamenlijk het activiteitenplan uit zullen voeren en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de aanvrager van de subsidie op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt; en

    • b. zich committeren aan:

      • 1°. een samenwerking van ten minste drie jaar als lokale coalitie;

      • 2°. een door henzelf opgestelde en, in het convenant opgenomen, ambitie en globale afspraken voor het intensiveren, doorontwikkelen of uitbreiden van het lokale programma rijke schooldag;

      • 3°. het doorlopend analyseren van de eigen context en leerlingpopulatie, met als doel te komen tot een onderbouwde keuze voor de doorontwikkeling van hun Rijke schooldag op basis van onderzoek, data, monitoring of voortschrijdend inzicht;

      • 4°. het leveren van een actieve bijdrage aan de lerende aanpak van het voorloperstraject en de kennisopbouw en kennisdeling, bestaande uit:

        • i. het meewerken aan monitoring en onderzoek; en

        • ii. het deelnemen aan het inhoudelijke programma van het voorloperstraject en activiteiten te organiseren met als doel kennis te delen met de lokale coalitie, in de regio en met de Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van OCW.

Artikel 8. Aanvullende eisen aanvraag doorgroeiers

  • 1. Een lokale coalitie komt uitsluitend in aanmerking als doorgroeier indien:

    • a. het aanbod beschikbaar is voor alle leerlingen van de deelnemende schoolvestiging(-en);

    • b. activiteiten worden uitgevoerd op minstens twee ontwikkelgebieden;

    • c. een aanbod van ten minste twee uren per week per leerling.

    • d. de lokale coalitie een aanbod heeft voor alle leerlingen op minimaal één schoolvestiging.

  • 2. De aanvraag voor subsidie aan doorgroeiers komt slechts voor subsidie in aanmerking als deze vergezeld gaat van:

    • a. een Convenant Rijke Schooldag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, met dien verstande dat artikel 7, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, niet van toepassing is; en

    • b. een activiteitenplan, ten aanzien waarvan artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 9. Aanvullende eisen aanvraag starters

In aanvulling op artikel 6 bevat een aanvraag voor subsidie aan starters een verklaring dat de aanvrager starter is en een intentieverklaring van minimaal de schoolvestiging en minimaal één gemeente om tot een convenant te komen.

Artikel 10. Loting

  • 1. De ingediende aanvragen voor subsidie aan doorgroeiers worden door middel van loting gerangschikt.

  • 2. De ingediende aanvragen voor subsidie aan starters worden door middel van loting gerangschikt.

Artikel 11. Vaststelling, betaling en besteding subsidie

  • 1. De subsidie wordt uiterlijk op 31 december 2022 direct vastgesteld.

  • 2. De minister bepaalt het betaalritme in de beschikkingen.

  • 3. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 4. DUS-I beslist uiterlijk dertien weken na het aflopen van de aanvraagtermijn op de aanvraag.

Artikel 12. Subsidieverplichtingen algemeen

  • 1. De subsidieontvanger:

    • a. werkt op verzoek van de minister mee aan kennisdelingsactiviteiten; en

    • b. deelt de inhoud van het programma Rijke schooldag na verstrekking van de subsidie met onderzoekers die in opdracht van de minister de subsidieregeling evalueren met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 2. De voorlopers en doorgroeiers kunnen een verlenging van de looptijd van de subsidie aanvragen indien de activiteiten door onvoorziene omstandigheden niet binnen een jaar kunnen worden afgerond.

  • 3. De penvoerder brengt de bevoegde gezagsorganen van de betrokken scholen en andere organisaties uit de lokale coalitie op de hoogte van de verplichtingen in deze regeling beschreven.

Artikel 13. Aanvullende subsidieverplichtingen voorlopers

  • 1. De activiteiten van voorlopers worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023.

  • 2. In aanvulling op artikel 12 geldt voor voorlopers dat:

    • a. de activiteiten plaatsvinden op een reguliere schooldag, buiten de reguliere onderwijstijd;

    • b. op een publiek toegankelijke plaats een overzicht wordt gepubliceerd van de activiteiten die georganiseerd zijn;

    • c. ziet erop toe dat de personen die in de uitvoering werken met de leerlingen in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag; en

    • d. spant zich ervoor in alle leerlingen op de scholen uit de lokale coalitie te laten deelnemen aan de aangeboden activiteiten.

Artikel 14. Aanvullende subsidieverplichtingen doorgroeiers

De subsidieverplichtingen als beschreven in artikel 13 gelden tevens voor doorgroeiers.

Artikel 15. Aanvullende subsidieverplichtingen starters

  • 1. De activiteiten van starters worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2025.

  • 2. In aanvulling op artikel 12 dienen starters:

    • a. binnen acht weken na de subsidieperiode het ontwikkelde convenant en een activiteitenplan in, als bedoeld in artikel 8, tweede lid; en

    • b. op een publiek toegankelijke plaats het convenant en activiteitenplan te publiceren.

Artikel 16. Verantwoording

  • 1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, onderscheidenlijk de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3. De aanvrager toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 17. Wijziging Wet op het voortgezet onderwijs in Wet voortgezet onderwijs 2020

[Wijzigt deze regeling.]

[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 18. Inwerkingtreding en geldigheidsduur

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 17, dat in werking treedt met ingang van 1 augustus 2022.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling School en omgeving.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

A.D. Wiersma