Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en opschalen
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en opschalen; Wet overige OCW-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Kaderwet VWS-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
10-6-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 februari 2022, nr. 31400808, houdende regels voor de subsidiëring van het programma maatschappelijke diensttijd 5a (Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en innoveren door te experimenteren)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikel 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beoordelingscommissie: door de minister ingestelde commissie die de minister adviseert over de subsidieaanvragen;

  • data sharing agreement: een door de minister vastgestelde verwerkersovereenkomst tussen de penvoerder en een extern onderzoeksbureau, waarin wordt vastgelegd welke gegevens, voor welke verwerkingsverantwoordelijke en voor welk doeleinden worden verwerkt door het onderzoeksbureau;

  • jongerenvragenlijst: lijst met vragen die aan jongeren worden gesteld over hun MDT-traject;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • MDT-netwerk: landelijk netwerk van partijen betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;

  • MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;

  • MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;

  • MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;

  • MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten en MDT-extra-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;

  • MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;

  • MDT-proof label: keurmerk waaruit blijkt dat de penvoerder voldoet aan de kwaliteitscriteria voor het uitvoeren van MDT-trajecten;

  • MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, anderen kan ontmoeten en de eigen talenten en interesses kan ontdekken;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • samenwerkingsverband: instellingen en gemeenten die samenwerken bij het faciliteren van een MDT-project;

  • penvoerder: instelling of gemeente die optreedt als aanvrager van de subsidie ten behoeve van een samenwerkingsverband;

  • prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;

  • ZonMw: de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op deze regeling zijn de artikelen 3.2, tweede lid, 4.1, eerste lid, en 5.5, eerste lid, van de Kaderregeling niet van toepassing.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. De minister kan subsidie verstrekken aan een penvoerder voor de volgende activiteiten, zoals opgenomen in het modelformulier ‘activiteitenplan’ in het kader van het faciliteren van een MDT-project:

    • a. het werven van jongeren voor een MDT-traject;

    • b. het matchen van jongeren aan een MDT-traject;

    • c. het begeleiden van jongeren in het kader van een MDT-traject;

    • d. het vergoeden van onkosten die jongeren in het kader van een MDT-traject maken;

    • e. het werven en begeleiden van instellingen waar jongeren een MDT-traject kunnen doorlopen;

    • f. activiteiten binnen het samenwerkingsverband ten behoeve van de uitvoering en kwaliteitsbewaking van een MDT-project;

    • g. activiteiten ten behoeve van verduurzaming van een MDT-project;

    • h. coördinerende en administratieve activiteiten;

    • i. afstemmings- en kennisdelingsactiviteiten binnen het MDT-netwerk;

    • j. het verstrekken van een certificaat van deelname aan deelnemers die een MDT traject hebben afgerond.

  • 3. In aanvulling op het eerste lid kan de minister subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan de opschaling van een MDT-project en het vergroten van het bereik van dat project voor jongeren.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag voor het faciliteren van een MDT-project bedraagt 75% van een totaalbedrag, bestaande uit:

    • a. een vast bedrag voor elk afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, berekend aan de hand van het derde lid;

    • b. een bedrag voor elk niet afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT extra-traject, dat per traject wordt berekend aan de hand van het vierde lid, met dien verstande dat het bedrag voor alle niet-afgeronde trajecten tezamen niet meer kan bedragen dan 10% van het totaalbedrag, bedoeld in de aanhef.

  • 2. Het subsidiebedrag voor het faciliteren van een MDT-project bedraagt ten minste € 360.000 en ten hoogste € 5.000.000.

  • 3. Het vaste bedrag voor een afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt per samenwerkingsverband bepaald aan de hand van:

    • a. 95% van de kosten van een vergelijkbaar MDT-traject uit de meest recente verleningsbeschikking van de penvoerder op basis van de subsidieoproep 3, 4a, 4b of 4c van ZonMw betreffende MDT-trajecten, met dien verstande dat dit bedrag niet meer bedraagt dan € 1.700 per MDT-basis-traject en € 3.000 per MDT-plus-traject of MDT-extra-traject;

    • b. maximaal 10% verhoging van het bedrag onder a, indien de penvoerder activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 3, tweede lid; en

    • c. maximaal 5% verhoging van het bedrag onder a, voor onvoorziene uitgaven.

  • 4. Het bedrag voor een niet afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, als bedoeld in het eerste lid, onder b, bestaat uit:

    • a. indien een intakegesprek heeft plaatsgevonden, 10% van het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, of, indien het niet-afgeronde traject een MDT-plus-traject of MDT-extra-traject betreft, 5% van het bedrag van een afgerond MDT-plustraject of MDT-extratraject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;

    • b. indien een jongere ten minste 40 uur van een MDT-basis-traject heeft gevolgd, 30% van het bedrag per afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;

    • c. indien een jongere ten minste 80 uur van een MDT-plus-traject heeft doorlopen, het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;

    • d. indien een jongere ten minste 80 uur van een MDT-extra-traject heeft doorlopen, maar onvoldoende kan worden aangetoond dat er intensieve begeleiding heeft plaatsgevonden, het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening.

  • 5. Een MDT-traject voor een jongere die reeds twee keer eerder een MDT-traject heeft voltooid, is niet subsidiabel.

Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt € 170.000.000.

  • 2. Indien het subsidieplafond bij subsidieverstrekking aan alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou wordt overschreden, verdeelt de minister het beschikbare bedrag evenredig over de daarvoor in aanmerking komende aanvragen.

Artikel 6. Subsidieperiode

  • 1. De subsidie wordt voor een periode van drie jaar verstrekt.

  • 2. De minister kan op verzoek van de penvoerder de projectperiode met één jaar verlengen.

Artikel 7. Aanvraag tot verlening

  • 1. De aanvraag tot verlening kan worden ingediend van 1 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 voor 17.00 uur.

  • 2. Aanvragen die niet binnen de periode, bedoeld in het eerste lid, zijn ingediend, worden afgewezen.

  • 3. Voor het activiteitenplan en de begroting wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

  • 4. In aanvulling op de aanvraag tot verlening van een subsidie worden uiterlijk 30 juni 2022 voor 17.00 uur de volgende door de minister vastgestelde modelformulieren ingediend:

    • a. een intentieverklaring van samenwerking die door alle partners die onderdeel zijn van het samenwerkingsverband is ondertekend; en

    • b. een cofinancieringsverklaring die is ondertekend door degenen die een financiële bijdrage leveren aan het faciliteren van een MDT-project.

  • 5. De aanvragen dienen te voldoen aan de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling.

Artikel 8. Voorwaarden

  • 1. Per samenwerkingsverband kan éénmaal door één penvoerder subsidie worden aangevraagd.

  • 2. Op grond van de onderhavige regeling wordt ten hoogste tweemaal subsidie verstrekt aan de penvoerder.

  • 3. Instellingen en gemeenten uit een samenwerkingsverband kunnen bij de aanvraag voor een subsidie voor ten hoogste 5% van het totaalbedrag aangevuld met de 25% cofinanciering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b.

  • 4. De penvoerder komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien hij eerder subsidie heeft ontvangen op basis van de subsidieoproepen 3, 4a, 4b of 4c van ZonMw betreffende MDT-trajecten.

  • 5. De penvoerder verklaart:

    • a. dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing; en

    • b. een MDT-proof label te zullen behalen binnen de subsidieperiode.

Artikel 9. Verplichtingen

  • 1. De penvoerder:

    • a. heeft binnen 12 maanden nadat de subsidie is verleend de intentieverklaring, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder a, omgezet in een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenten of instellingen uit het samenwerkingsverband;

    • b. realiseert cofinanciering van ten minste 25% van het totaalbedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij ten minste 10 procentpunt afkomstig is van instellingen of gemeenten uit het samenwerkingsverband die niet direct of indirect op grond van deze regeling subsidie ontvangt;

    • c. verspreidt elk kwartaal een jongerenvragenlijst onder de aan het MDT-project deelnemende jongeren en zorgt voor een respons van meer dan 70%;

    • d. is verplicht binnen twee maanden nadat de subsidie is verleend een data sharing agreement te ondertekenen en in te dienen bij de minister;

    • e. laat enkel een jongere die bij de start van een MDT-traject tussen de 12 en 30 jaar oud is, deelnemen aan een MDT-traject;

    • f. is verplicht eenmaal per 12 maanden een tussentijdse rapportage in te dienen over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten en financiële voortgang inclusief de verwerving van cofinanciering;

    • g. ontvangt gedurende de subsidieperiode geen subsidie op grond van de subsidieoproepen 3, 4a of 4b van ZonMw betreffende MDT-trajecten;

    • h. is verplicht een registratie bij te houden met de naam, adres, woonplaats, leeftijd, geslacht, telefoonnummer en emailadres van de jongeren en daarnaast de naam en postcode van de organisatie waar de jongere het MDT-traject doorloopt, soort MDT-traject, start- en einddatum van het MDT-traject, aantal uren dat is besteed aan het MDT-traject en, indien van toepassing, de reden van vroegtijdig stoppen met het MDT-traject.

  • 2. De minister kan op verzoek van de aanvrager toestemming verlenen om van de leeftijden, bedoeld in het eerste lid, onder e, af te wijken.

Artikel 10. Beoordelingscommissie

  • 1. De beoordelingscommissie adviseert de minister over de subsidieaanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1.

  • 2. De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.

Artikel 11. Verlening, bevoorschotting en betaling

  • 1. De minister besluit binnen 3 maanden na afloop van de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, op de subsidieaanvraag.

  • 2. De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 90%.

  • 3. De voorschotten worden als volgt betaald:

    • a. 60% bij het besluit tot subsidieverlening;

    • b. 30% uiterlijk twee maanden na ontvangst van de tweede tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder f.

Artikel 12. Verantwoording en vaststelling

In aanvulling op artikel 7.5 van de Kaderregeling legt de penvoerder tevens een prestatiebewijs over voor afgeronde MDT-trajecten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, b of c, en voor niet-afgeronde MDT-trajecten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder d.

Artikel 13. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en opschalen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

A.D. Wiersma

Bijlage behorende bij artikel 10, eerste lid

De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:

a. Reflecteren en verbeteren:

In de aanvraag dient te worden opgenomen of en hoe men het wervingsproces heeft geanalyseerd, welke conclusies daaraan zijn verbonden en tot welke stappen dat heeft geleid bij het voornemen om te komen tot een opschaling van het aantal MDT plekken. Er zal worden beoordeeld of en hoe er is gereflecteerd op eerdere ervaringen in het voorgaand ZonMw-project uit ronde 3, 4a, 4b of 4c en welke verbetertrajecten in het 5a project worden ingezet.

De penvoerder moet:

  • A) voldoende reflecteren op de wijze waarop jongeren werden geïnspireerd en geworven, de wijze waarop MDT plekken zijn gerealiseerd, en de wijze waarop inspraak en participatie van jongeren werd georganiseerd; en op basis van de reflectie en de daaruit volgende conclusies moeten concrete verbeteracties worden benoemd en vertaald in de subsidieaanvraag. Hierbij moet de penvoerder ook in de verbeteracties opnemen hoe jongeren worden geïnspireerd, worden geworven, inspraak krijgen, participeren binnen een opgeschaalde organisatie; en

  • B) op basis van voorgenoemde een duidelijk beeld schetsen van de opschalingsmogelijkheden en mede aan de hand van de verbeteracties inzichtelijk maken hoe realistisch de opschaling is.

b. Impact en verandermethodiek:

Het volgende zal worden beoordeeld:

  • of logisch is beredeneerd waarom er wordt verwacht dat het (verbeterde) MDT-project bijdraagt aan positieve veranderingen bij de doelgroep op de volgende punten:

    • iets doen voor een ander en/of de samenleving;

    • talentontwikkeling;

    • ontmoeten;

    • impact op de samenleving;

  • of en hoe daarin de lessen uit het vorige ZonMw-project worden meegenomen.

  • of de organisatie haar gewenste effecten expliciet heeft gemaakt;

  • of de organisatie in staat is om verder te kijken dan enkel output-indicatoren (bij output-indicatoren kan worden gedacht aan het aantal deelnemers, het aantal trainingen, het aantal uren begeleiding);

  • of de beschreven effecten passen bij de doelstellingen van de MDT.

c. Mdt-variant(en) verantwoorden:

Er zal worden beoordeeld:

  • of het samenwerkingsverband in het verleden een vergelijkbare variant heeft aangeboden voor een ZonMw subsidie;

  • op welke wijze het bedrag per traject uit het voorgaand ZonMw-project als uitgangspunt is gehanteerd bij de berekening van het bedrag per traject binnen 5a;

  • of er sprake is van 95% van de kosten ten opzichte van het voorgaand project;

  • of er sprake is van maximaal 10% ophoging voor opschalings- en samenwerkingsactiviteiten;

  • of er sprake is van maximaal 5% ophoging voor onvoorziene uitgaven;

  • of het uiteindelijke bedrag per traject in het kader van deze subsidieregeling haalbaar is wanneer het bedrag per traject in het vorige project boven de € 1.700, respectievelijk € 3.000 euro was.

d. Experimenteerbudget t.b.v. het versterken van lokale en regionale samenwerking en het verduurzamen van het MDT-programma:

Indien de penvoerder gebruik wil maken van het experimenteerbudget, wordt bij het behandelen van de subsidieaanvraag beoordeeld of het samenwerkingsverband experimentele activiteiten uitvoert. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de visie op het versterken van de lokale en regionale samenwerking en het verduurzamen van het MDT-programma. Deze visie moet voldoende zijn uitgewerkt.

Uit deze visie moet blijken op welke wijze jongeren worden geïnspireerd, geworven, inspraak krijgen en participeren bij de experimentele activiteiten. Daarnaast moet blijken in welke mate het experiment onderscheidend is op de bestaande lokale en regionale invulling van het MDT-programma. Tevens moet de subsidieaanvrager aangeven op welke wijze de experimentele activiteiten passen binnen de visie.

De visie wordt aan de hand van de volgende criteria getoetst:

  • 1. of de beoogde uitkomsten van het experiment inspelen op de in beeld gebrachte behoeften;

  • 2. de manier waarop de doelgroep en de belanghebbende partijen bij het experiment zijn betrokken;

  • 3. waarom en in welke mate het experiment innovatief, creatief of onconventioneel is, en bijdraagt aan de doorontwikkeling van de maatschappelijke diensttijd;

  • 4. welke indicatoren worden gehanteerd om te bepalen of er sprake is van succes of falen van het experiment;

  • 5. op welke wijze er geëvalueerd wordt tijdens en na afloop van het experiment.

Weging:

De beoordelingscommissie beoordeelt de kwaliteit van alle aanvragen aan de hand van de criteria a tot en met d. Een penvoerder moet op alle criteria voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

Een nadere omschrijving van de wijze waarop wordt beoordeeld en een nadere uitwerking van bovenstaande criteria is te vinden op: https://www.dus-i.nl/subsidies.