Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Stimuleringsregeling E-health Thuis 2022
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Stimuleringsregeling E-health Thuis 2022; Kaderwet VWS-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet overige OCW-subsidies; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies; Wet voortgezet onderwijs 2020
Geldend vanaf
14-7-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 8 juli 2022, kenmerk 3389056-1031669-DMO houdende stimulering van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg thuis faciliteren

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);

  • cliënten: mensen met een chronische ziekte of beperking, of een groot risico daarop, die thuis wonen;

  • clusterorganisatie: de rechtspersoon die het innovatiecluster e-health exploiteert, zijnde een aanbieder van ondersteuning of zorg;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

  • de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352/1);

  • e-health toepassingen: digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van cliënten verbeteren of mantelzorg vereenvoudigen of ontzorgen;

  • inkoper: inkoper van ondersteuning of zorg, zijnde een zorgverzekeraar, gemeente of zorgkantoor;

  • innovatiecluster e-health: een innovatiecluster als bedoeld in artikel 2, onderdeel 92, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, op het gebied van e-health, ten behoeve van het uitvoeren van activiteiten in het kader van deze regeling;

  • mantelzorger: degene die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • Minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • ondersteuning: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);

  • opleidingsactiviteiten e-health: opleiding als bedoeld in artikel 31, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die leidt tot kennisoverdracht op het gebied van e-health toepassingen;

  • penvoerder: de door het samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health aangewezen clusterorganisatie die namens alle deelnemers van het samenwerkingsverband optreedt;

  • professional: de medewerker die ondersteuning biedt of zorg verleent;

  • samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, niet zijnde een vennootschap, bestaande uit een clusterorganisatie en andere bij het innovatiecluster e-health betrokken organisaties;

  • zorg: Wlz-zorg en Zvw-zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Artikel 2. Doel van de regeling

  • 1. Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg aan cliënten thuis faciliteren, zodat zij langer zelfstandig thuis kunnen wonen, door:

    • a. het op grotere schaal toepassen van e-health, uitgedrukt in aantallen cliënten;

    • b. het structureel inbedden van het gebruik van e-health toepassingen in de reguliere werkprocessen voor ondersteuning of zorg; en

    • c. het organiseren van een duurzame wijze van bekostiging en borging daarvan in inkoop- en contractafspraken.

  • 2. Voor de e-health toepassingen als bedoeld in het eerste lid geldt dat deze al structureel door minimaal 100 cliënten of mantelzorgers in Nederland worden gebruikt. Van deze 100 cliënten of mantelzorgers maken er minimaal 10 cliënten gebruik van ondersteuning of zorg van een aanbieder betrokken bij het innovatiecluster e-health.

Artikel 3. Subsidie innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health

  • 1. De Minister kan op aanvraag voor maximaal drie jaar subsidie verstrekken aan:

    • a. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health; of

    • b. een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health;

    • c. de penvoerder van een samenwerkingsverband opleidingsactiviteiten e-health voor opleidingsactiviteiten e-health van de deelnemers;

    • d. een clusterorganisatie voor ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan.

  • 2. Een innovatiecluster e-health bestaat uit tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg.

  • 3. Geen subsidie wordt verstrekt voor e-health toepassingen die primair gericht zijn op:

    • a. het verplaatsen van ziekenhuiszorg naar huis;

    • b. de uitwisseling van gegevens.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:

  • a. voor activiteiten van een innovatiecluster e-health: de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde en achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, met dien verstande dat de kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening tot een maximum van 20% van de totale subsidiabele kosten in aanmerking komen;

  • b. voor opleidingsactiviteiten e-health: de kosten als bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c. voor visievorming e-health: loonkosten en kosten voor het verstrekken van advies en procesbegeleiding door kennisinstellingen of door onafhankelijke adviesorganisaties.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het maximale percentage subsidie voor de activiteiten van een innovatiecluster e-health is 50% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, tot een maximumbedrag subsidie van € 750.000.

  • 2. Het maximale percentage subsidie voor opleidingsactiviteiten e-health is 70% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 3. In afwijking van artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is het minimumbedrag subsidie voor een clusterorganisatie voor activiteiten van een innovatiecluster e-health € 50.000. Artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op subsidies voor opleidingsactiviteiten e-health en subsidies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d.

  • 4. Het maximumbedrag subsidie voor een gezamenlijke subsidieaanvraag voor activiteiten van een innovatiecluster e-health en opleidingsactiviteiten e-health is € 750.000.

  • 5. Het maximumbedrag subsidie voor de ondersteuning bij het komen tot een door de clusterorganisatie gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet activiteitenplan is € 20.000.

Artikel 6. Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor 2022 bedraagt € 12,5 miljoen.

  • 2. De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 7. Subsidieaanvraag

  • 1. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, vergezeld van een verklaring tot samenwerking ondertekend door tenminste één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, gaat de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, vergezeld van een de-minimisverklaring, een beknopt plan van aanpak dat ingaat op hoe de clusterorganisatie komt tot een gedragen visie op het gebruik van e-health en doorvertaling hiervan in een concreet plan en een offerte indien gebruik is gemaakt van externe inhuur voor advies.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

De aanvraag voor subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, moet in voldoende mate voldoen aan de criteria in de bijlage van deze regeling.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Een subsidieaanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien:

  • a. niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling en de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • b. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten op grond van deze of een andere regeling;

  • c. de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d. de verstrekking van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, niet in overeenstemming is met het bepaalde in de de-minimisverordening.

Artikel 10. Verplichtingen

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidieontvanger verplicht:

  • a. de inkoper die genoemd wordt in de verklaring als bedoeld in artikel 7, tweede lid, de hele subsidieperiode te betrekken;

  • b. actief deel te nemen aan kennisdeling, onder andere door deelname aan bijeenkomsten en het delen van informatie;

  • c. mee te werken aan de monitoring van de voortgang van de beoogde tussen- en eindresultaten zoals opgenomen in de aanvraag.

Artikel 11. Werkingsduur regeling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die voor 1 januari 2023 zijn ontvangen.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling E-health Thuis 2022.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

C. Helder

Bijlage Beoordelingscriteria behorend bij artikel 8

Criteria Kwaliteit

1. Kwaliteit van het activiteitenplan:

a. Het plan draagt bij aan de doelstelling van deze regeling. Het plan is helder, haalbaar en overtuigend over de beoogde procesinnovatie en de daarbij beoogde schaalsprong, aanpassing van werkprocessen en structurele afspraken tussen aanbieder(s) en inkoper(s). Er is sprake van voldoende ambitie in verhouding tot de kosten.

b. Tussen- en eindresultaten zijn benoemd, waarbij ten minste wordt opgenomen:

i. Een oplopende reeks aantallen cliënten dat de toepassing structureel gebruikt (hoe vaak, hoe lang) en bespaarde uren professionals;

ii. Een kwalitatieve reeks over de mate van voortgang van aanpassing van de werkprocessen van het ondersteunings- of zorgaanbod;

iii. Een kwalitatieve reeks over de mate van voortgang in de organisatie van een duurzame wijze van bekostiging en borging daarvan in inkoop- en contractafspraken;

iv. Een eindresultaat dat betrekking heeft op een neutrale of positieve bijdrage aan de kwaliteit van leven van cliënten of aan de vereenvoudiging of ontzorging van de mantelzorg.

c. Bij de onderbouwing van de aanpak is aandacht voor de voorgeschiedenis (waaronder het aantal cliënten/mantelzorger dat reeds structureel gebruik maakt van de toepassing), de relatie van de aanpak tot de regionale opgave, en de doelmatigheid van zorg.

2. Kwaliteit innovatiecluster:

3. Het cluster betrekt de juiste partners én heeft voldoende expertise om de opschaling te realiseren. Het cluster bestaat ten minste uit één aanbieder en één inkoper van ondersteuning of zorg. Bij voorkeur sluiten ook andere aanbieders en inkopers aan en (vertegenwoordiging van) cliënten en mantelzorgers.

Criteria Cliënt en mantelzorger

4. Cliënten / mantelzorgers zijn intensief betrokken bij de implementatie en het gebruik van de e-health toepassing en ervaren de toegevoegde waarde.

5. Het gebruiken van de e-health toepassing vergt bij voorkeur nauwelijks of geen training, en de toepassingen zijn ook voor mensen met lichamelijke of cognitieve beperkingen bruikbaar en begrijpelijk. Indien van toepassing, gelden hierbij de WCAG 2.1 normen.

Criteria Professional

6. Professionals zijn intensief betrokken bij de implementatie en het gebruik van de e-health toepassing en ervaren de toegevoegde waarde.

Criteria Techniek

7. De e-health toepassing is interoperabel, te koppelen met de bestaande ICT infrastructuur, voldoet aan de geldende standaarden en is toekomst vast (zie bijv. Vitaal Thuis/MedMij).