Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken ABR 2021–2023
Type
Beleidsregel
Wetsfamilie
Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken ABR 2021–2023; Kaderwet VWS-subsidies; Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; Wet overige OCW-subsidies; Wet op het primair onderwijs; Wet primair onderwijs BES; Wet op de expertisecentra; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013; Erfgoedwet; Kaderwet SZW-subsidies
Geldend vanaf
3-10-2020
Geselecteerde elementen
Volledig
Beleidsregel van de Minister voor Medische Zorg van 24 september 2020, kenmerk 1747388-2100365-CZ, houdende het subsidiëren van regionale zorgnetwerken ABR (Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken ABR)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Antibioticaresistentie (ABR): het niet of verminderd gevoelig zijn van specifieke bacteriën voor antibiotica waarvoor zij voorheen wel gevoelig waren;

  • BRMO: bijzonder resistente micro-organismen;

  • Centrum Infectieziektebestrijding (CIb): het Centrum Infectieziektebestrijding, dat onderdeel is van het RIVM en de bestrijding van infectieziekten coördineert;

  • Infectiepreventie: preventie, opsporing en bestrijding van uitbraken van zorginfecties of pathogenen die deze kunnen veroorzaken;

  • Minister: de Minister voor Medische Zorg;

  • One Health benadering: de integrale aanpak van ABR op alle domeinen, zoals zorg, dieren, voedsel en milieu, waar de transmissie van resistente bacteriën kan plaatsvinden;

  • Penvoerder: het Amsterdam UMC, het Erasmus MC, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Maastricht UMC+, het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Radboud universitair medisch centrum, het Universitair Medisch Centrum Utrecht, het Amphia ziekenhuis en het Isala ziekenhuis die afzonderlijk van elkaar en namens hun zorgnetwerk optreden als aanvrager van de subsidie;

  • RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;

  • Regionale actoren: de zorginstellingen, zorgorganisaties en professionals die (geneeskundige) zorg verlenen binnen de openbare gezondheidszorg, cure en care en de (koepel)organisaties in de regio die instellingen of professionals vertegenwoordigen of andere partijen met een aantoonbare verantwoordelijkheid op het gebied van antibioticaresistentie en infectiepreventie, die onderdeel uitmaken van het Regionaal zorgnetwerk;

  • Regionaal zorgnetwerk ABR: een zorgnetwerk bestaande uit zorginstellingen, zorgorganisaties, zorgprofessionals en zorgverleners die (geneeskundige) zorg verlenen binnen de openbare gezondheidszorg, cure en care (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, gehandicaptenzorginstellingen, GGD’en, revalidatieklinieken, apothekers, huisartsen, wijkverpleegkundigen) en de (koepel)organisaties in de regio die instellingen of professionals vertegenwoordigen of andere partijen met een aantoonbare verantwoordelijkheid op het gebied van ABR en infectiepreventie ten aanzien van de zorg, met uitzondering van zorg ten aanzien van dieren, voedsel en milieu.

  • Zorgaanbieder: een zorginstelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener;

  • Zorginstelling: een rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen, alsmede een natuurlijke persoon die bedrijfsmatig zorg doet verlenen;

  • Zorgverlener: een natuurlijke persoon die beroepsmatig zorg verleent;

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een regionaal zorgnetwerk ABR voor de periode van 1 mei 2021 tot 1 mei 2023, voor het verrichten van activiteiten met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van ABR en het bevorderen van infectiepreventie in Nederland.

Artikel 3. Activiteiten regionale zorgnetwerken ABR

  • 1. De activiteiten, bedoeld in artikel 2, bestaan uit:

    • a. coördinatie binnen de regio, communicatie activiteiten, onderhoud en uitbouwen van het regionale zorgnetwerk ABR door middel van relatiemanagement;

    • b. het zorgen voor een up-to-date beeld in de regio op het gebied van ABR en infectiepreventie, door het periodiek bijstellen van het regionaal risicoprofiel en beheersplan;

    • c. het bevorderen van de regionale dekkingsgraad en de doelmatigheid van landelijke surveillance door:

      • i. het stimuleren van medisch microbiologische laboratoria, zorginstellingen en zorgverleners in de regio tot deelname aan nationale surveillance van uitbraken en zorginfecties;

      • ii. het stimuleren van zorginstellingen, zorgorganisaties en zorgverleners dat zij aan landelijke partners regionale informatie beschikbaar stellen over dragerschap, resistentie, antibioticagebruik en zorginfecties;

      • iii. het vervullen van een verbindingsrol en het samenwerken met het Centrum Infectieziektebestrijding om in de regio voldoende deelname aan landelijke surveillance van antibioticagebruik, zorginfecties en antibiotica resistentie te bewerkstelligen, zodat een goed en gestandaardiseerd regionaal en nationaal beeld ontstaat.

    • d. het maken van transmurale werkafspraken over het delen van informatie over BRMO-dragerschap binnen het regionale zorgnetwerk ABR, evenals het stimuleren van de implementatie, het daadwerkelijke gebruik en de doorontwikkeling van de regionale transmurale werkafspraken door zorgaanbieders, waaronder een regionale tool voor het signaleren en delen van informatie over BRMO-dragerschap in de keten;

    • e. het verbeteren van de infectiepreventie en het verminderen van het aantal zorginfecties in de regio door het stimuleren en faciliteren van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de infectiepreventie in zorginstellingen en zorgorganisaties, volgens de door beroepsgroepen vastgestelde richtlijnen en passend bij de werkwijze die aansluit bij de organisaties binnen het regionale zorgnetwerk ABR;

    • f. het stimuleren en faciliteren dat zorgaanbieders het regionale zorgnetwerk gebruiken voor advies over bestrijdingsmaatregelen bij uitbraken van BRMO, en dat het regionale zorgnetwerk ABR ondersteuning biedt bij te nemen bestrijdingsmaatregelen;

    • g. het verzorgen, stimuleren en ondersteunen van kennisdeling en deskundigheidsbevordering over infectiepreventie en ABR aan zorginstellingen en professionals werkzaam (of in opleiding) in de extramurale en intramurale zorg;

    • h. het bevorderen van juist voorschrijven van antibiotica door zorgaanbieders in de regio, bijvoorbeeld door het stimuleren van het gebruik van spiegelinformatie;

    • i. het aanstellen van een gezamenlijke en landelijke coördinator door de regionale zorgnetwerken ABR die hen begeleid en ondersteunt bij de subsidiabele activiteiten.

  • 2. De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover afdoende onderbouwd is dat en hoe de resultaten van alle activiteiten geïmplementeerd zullen worden. Een goede implementatie houdt in dat:

    • a. de resultaten goed overdraagbaar zijn binnen zorginstelling(en) (openbare gezondheidszorg, cure of care);

    • b. de subsidieaanvrager aannemelijk maakt dat er voldoende draagvlak en kans van slagen is voor het project;

    • c. er een business case is voor continuering na afloop van het subsidietraject, dus geschikt voor een duurzaam gebruik;

    • d. alle producten die voortkomen uit de activiteiten met een ieder “om niet” gedeeld worden en de subsidie niet wordt aangewend voor het verrichten van economische activiteiten;

    • e. de randvoorwaarden voor implementatie binnen de zorginstelling(en), waaronder openbare gezondheidszorg, cure of care, en verdere borging goed in kaart gebracht zijn.

  • 3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a. fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, surveillance en het opzetten van een eigen surveillance-databank, waar dat landelijk al gebeurt;

    • b. taken op het gebied van bestrijding van uitbraken en reguliere taken van zorginstellingen.

Artikel 4. Subsidiebedrag

  • 1. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, wordt verstrekt voor de periode van 1 mei 2021 tot 1 mei 2023.

  • 2. In afwijking van artikel 4, eerste lid, kan de minister op verzoek van de penvoerder in geval van uitzonderlijke omstandigheden besluiten tot een eenmalige verlenging van de periode, bedoeld in het eerste lid, waarin de activiteiten moeten zijn afgerond, met ten hoogste 8 maanden, tot uiterlijk 31 december 2023.

  • 3. De subsidie voor de periode, bedoeld in het eerste lid, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt maximaal € 1.720.000.

  • 4. De subsidie voor de periode, bedoeld in het eerste lid, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder i, bedraagt maximaal € 300.000.

  • 5. Van het totale subsidiebedrag, bedoeld in het derde lid, mag maximaal € 200.000 per subsidieperiode besteed worden aan werkplekbeheer, huisvesting, reiskosten, ICT en overige materiële kosten.

  • 6. De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

  • 1. Uitsluitend de penvoerders, genoemd in artikel 1, komen voor subsidie in aanmerking ten behoeve van de regionale zorgnetwerken ABR.

  • 2. De penvoerder komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zijn regionale zorgnetwerk ABR een stuurgroep en een regionaal coördinatieteam heeft, ondersteund door een netwerkcoördinator.

  • 3. Een stuurgroep als bedoeld in het tweede lid bestaat uit bestuurders van verschillende zorginstellingen uit de desbetreffende regio en bevat in ieder geval een of meer van de volgende disciplines: publieke gezondheid, huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg, gehandicaptenzorg en farmacie.

  • 4. Een regionaal coördinatieteam als bedoeld in het tweede lid bestaat uit een coördinator als bedoeld in het zesde lid, een epidemioloog/data-analist en een aantal inhoudsdeskundigen, zoals een arts-microbioloog, een deskundige infectiepreventie, een specialist ouderengeneeskunde, een huisarts, een arts Maatschappij en Gezondheid, een arts verstandelijk gehandicapten, een internist-infectioloog of een apotheker, die betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 5. De stuurgroep en het regionaal coördinatieteam van een regionaal zorgnetwerk hebben als taak het aanjagen, stimuleren en ondersteunen van de regionale actoren bij de uitvoering van de in artikel 3, eerste lid, vermelde activiteiten.

  • 6. Een netwerkcoördinator als bedoeld in het tweede lid:

    • a. is werkzaam bij een van de deelnemers van het desbetreffende regionale zorgnetwerk;

    • b. is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de stuurgroep en het regionale coördinatieteam;

    • c. vertegenwoordigt zijn regionaal zorgnetwerk ABR bij de landelijke kengroep zorgnetwerken van het Ministerie van VWS;

    • d. bewaakt de voortgang van subsidieactiviteiten en schept de randvoorwaarden voor een logische aansluiting van de regionale zorgnetwerken ABR op de doelen en de missie van de nationale aanpak ABR van de minister;

    • e. adviseert zijn regionale zorgnetwerk ABR, verzamelt leer- en knelpunten en brengt initiatieven en partners samen die van belang zijn voor de landelijke samenwerking ABR.

  • 7. Een regionaal zorgnetwerk ABR stelt producten, zoals ontwikkelde formats, software, scholingsmateriaal, die met de subsidie zijn ontwikkeld en resultaten van de activiteiten kosteloos beschikbaar aan eenieder en publiceert deze op de website van het regionale zorgnetwerk ABR.

Artikel 6. Subsidieverplichtingen

  • 1. Een penvoerder:

    • a. werkt mee aan een nader in te stellen kostenonderzoek met het oog op een duurzame bekostiging van de taken van de regionale zorgnetwerken ABR en het stimuleren en faciliteren dat de andere deelnemers in het regionale zorgnetwerk ABR daar eveneens aan meewerken;

    • b. communiceert via openbare bronnen, zoals via de website van het regionale zorgnetwerk ABR, over de voortgang van de activiteiten van het regionale zorgnetwerk ABR, haalt actief goede voorbeelden op bij de zorginstellingen en deelt deze, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven, kennisdeling platform, publicatie op de website en op informatiebijeenkomsten;

    • c. draagt er zorg voor dat er gedurende de subsidieperiode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, de stuurgroep en het regionale coördinatieteam in stand blijven;

    • d. draagt er zorg voor dat er, waar mogelijk, afgeronde initiatieven, producten en investeringen structureel geborgd blijven.

  • 2. De regionale zorgnetwerken ABR en het RIVM oriënteren zich gezamenlijk op het ontwikkelen van een beperkt aantal indicatoren (SMART) die de impact van de activiteiten van de regionale zorgnetwerken ABR in kaart kunnen brengen op het gebied van:

    • a. kwaliteit en reikwijdte van het regionale zorgnetwerk ABR;

    • b. resultaat van de inhoudelijke taken, zoals surveillance, infectiepreventie, voorkomen verspreiding ABR en juist gebruik van ABR.

Artikel 7. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ontvangen in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 januari 2021.

  • 2. Voor een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot verlening vergezeld van een ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 3, derde lid.

Artikel 8. Tussentijdse voortgangsrapportage

De minister maakt afspraken met de penvoerder van een regionaal zorgnetwerk ABR met betrekking tot het uitbrengen van (tussentijds) inhoudelijk en financieel verslag en gaat daarbij in op onder andere de voortgang van de activiteiten zoals beschreven in het activiteitenplan. De voortgangsrapportage dient dezelfde opbouw te hebben als de ingediende subsidieaanvraag.

Artikel 9. Besluit tot subsidieverlening, bevoorschotting en betaling

De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100% van het bedrag van de verleende subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 10. Aanvraag tot vaststelling

Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

Artikel 11. Inwerkingtreding, vervaldatum en overgangsrecht

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

  • 2. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 31 december 2023.

  • 3. Het Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring regionale zorgnetwerken abr van 5 februari 2019 (Staatscourant 2019, 7479), gewijzigd bij besluit van 18 juni 2019 (Staatscourant 2019, 35437), wordt ingetrokken, met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op subsidies die op grond van dit besluit zijn verstrekt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken ABR 2021–2023.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

T. van Ark