Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op het voortgezet onderwijs

Titel regeling
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo; Wet op het voortgezet onderwijs; Wet voortgezet onderwijs BES; Wet educatie en beroepsonderwijs BES; Besluit bekostiging WVO 2021; Wet register onderwijsdeelnemers; Bekostigingsbesluit WVO BES
Geldend vanaf
1-4-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29097500, houdende regels voor de bekostiging van vo-scholen en samenwerkingsverbanden VO in Europees en scholen in Caribisch Nederland (Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 80, tweede en vierde lid, 85, vierde lid, en 90 vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 153 van de Wet voortgezet onderwijs BES, artikel 2.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 17, derde lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021 en artikel 9 en artikel 11, derde lid, van het Bekostigingsbesluit WVO BES;

Besluit:

§ 1. Bekostiging vo-scholen Europees Nederland

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • gemengde leerweg: gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet;

  • havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet;

  • hoofdvestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 73a van de wet;

  • leerling: leerling als bedoeld in artikel 8 van het Besluit bekostiging WVO 2021;

  • lwoo: leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel 10e van de wet;

  • mavo: middelbaar algemeen vormend onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de wet;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • nevenvestiging: nevenvestiging als bedoeld in artikel 73b van de wet;

  • pro: praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de wet;

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet;

  • vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging;

  • vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;

  • wet: Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2022

  • 1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. € 227.160,97 voor de hoofdvestiging;

    • b. € 113.580,48 voor een nevenvestiging.

  • 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. € 7.766,86 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

    • b. € 9.137,49 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2022

  • 1. De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in de artikelen 79a, eerste en tweede lid, 85, tweede en derde lid, en 90, tweede en derde lid, van de wet, zoals die luidde op 31 maart 2022, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in de artikelen 85, zesde en zevende lid, en 90, vijfde en zesde lid, van de wet, zoals die luidde op 31 maart 2022, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op € 4.814,87 per leerling voor personeelskosten en € 190,40 per leerling voor exploitatiekosten.

  • 2. De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in de artikelen 85, eerste en vierde lid, en 90, eerste en vierde lid, van de wet, zoals die luidde op 31 maart 2022, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op € 90,15 per leerling voor personeelskosten en € 15,21 per leerling voor exploitatiekosten.

Artikel 4. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2023

  • 1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. € 227.160,97 voor de hoofdvestiging;

    • b. € 113.580,48 voor een nevenvestiging.

  • 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 79, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. € 7.766,86 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

    • b. € 9.137,49 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2023

  • 1. De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in de artikelen 79a, eerste en tweede lid, en 84, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 84, zesde en zevende lid, van de wet, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op € 4.814,87 per leerling voor personeelskosten en € 190,40 per leerling voor exploitatiekosten.

  • 2. De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 84, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op € 90,15 per leerling voor personeelskosten en € 15,21 per leerling voor exploitatiekosten.

Artikel 6. Betaalritme bekostiging vo-scholen Europees Nederland

De minister stelt de bekostiging, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, in december voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste termijn wordt betaald in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

§ 2. Bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

Artikel 7. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • CAPE: Caribbean Advanced Proficiency Examination als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;

  • CCSLC: Caribbean Certificate of Secondary Level Competence als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;

  • CSEC: Caribbean Secondary Education Certificate als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;

  • CVQ: Caribbean Vocational Qualification als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;

  • gemengde leerweg: gemengde leerweg als bedoeld in artikel 29 van de wet;

  • havo: hoger algemeen voorbereidend onderwijs als bedoeld in artikel 14 van de wet;

  • ISK-leerling: leerling in een internationale schakelklas op scholen op Bonaire;

  • leerling: leerling als bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO BES;

  • leerling met een specifieke onderwijsbehoefte: leerling met een specifieke onderwijsbehoefte als bedoeld in artikel 149 van de Wet voortgezet onderwijs BES, op een school op Bonaire;

  • lower forms: de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs aan scholen op Sint Eustatius en Saba, dat wordt ingevuld met CCSLC, eventueel aangevuld met vakken van CSEC en CVQ;

  • mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 15 van de wet;

  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 17 van de wet;

  • vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 13 van de wet;

  • wet: Wet voortgezet onderwijs BES.

Artikel 8. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2022

  • 1. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. USD 214.958,65 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

    • b. USD 429.917,30 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

    • c. USD 644.875,95 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

  • 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. een bedrag van USD 7.312,-:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

    • b. een bedrag van USD 8.602,57:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld inartikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

  • 3. De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. USD 8.602,57 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en

    • b. USD 5.161,54 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.

  • 4. De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op 40 procent.

  • 5. De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel d, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op 36 procent.

  • 6. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel e, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, wordt per 1 januari 2022 vastgesteld op:

    • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

    • b. USD 158.497,46 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

    • c. USD 369.827,40 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

    • d. USD 581.157,35 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

    • e. USD 792.487,29 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

    • f. USD 1.003.817,24 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Artikel 9. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2023

  • 1. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. USD 214.958,65 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

    • b. USD 429.917,30 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

    • c. USD 644.875,95 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

  • 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 152, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. een bedrag van USD 7.312,–:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

    • b. een bedrag van USD 8.602,57:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

  • 3. De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. USD 8.602,57 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en

    • b. USD 5.161,54 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.

  • 4. De minister stelt de procentuele opslag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, per 1 januari 2023 vast op 40 procent.

  • 5. De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel d, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op 36 procent.

  • 6. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel e, van het Bekostigingsbesluit WVO BES, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

    • b. USD 158.497,46 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

    • c. USD 369.827,40 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

    • d. USD 581.157,35 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

    • e. USD 792.487,29 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

    • f. USD 1.003.817,24 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Artikel 10. Betaalritme bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

De minister stelt de bekostiging, bedoeld in de artikelen 8 en 9, in december voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De bekostiging wordt betaald vanaf januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft conform de percentages in tabel 1.

Tabel 1. Betaalritme bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

januari

9,72%

juli

7,62%

februari

9,25%

augustus

6,69%

maart

8,58%

september

6,69%

april

8,58%

oktober

6,69%

mei

12,28%

november

6,69%

juni

10,52%

december

6,69%

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 11. Verhouding personeel en exploitatie bij kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling

Bij de verwerking van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling in de bedragen die in deze regeling zijn opgenomen, wordt een verhouding gehanteerd van 85 procent voor loonontwikkeling en 15 procent voor prijsontwikkeling.

Artikel 11a. Omhang

[Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden]

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2021.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob