Rijksoverheid

Wettenpocket Ambtenarenwet 2017

Titel regeling
Regeling tegemoetkoming kosten rechtskundige hulp (RTKR)
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling tegemoetkoming kosten rechtskundige hulp (RTKR); Algemeen militair ambtenarenreglement; Ambtenarenwet 2017; Wet ambtenaren defensie; Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht; Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
Geldend vanaf
13-3-2003
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling tegemoetkoming kosten rechtskundige hulp (RTKR)

De Staatssecretaris van Defensie

Gelet op:
Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie (Bard);

  • b. Militair: de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c van het Algemeen militair ambtenarenreglement (Amar);

  • c. Werknemer: de ambtenaar respectievelijk de militair;

  • d. Derde: een natuurlijk persoon, niet zijnde een ambtenaar of een militair, of een rechtspersoon;

  • e. Hoofd defensieonderdeel:

    • 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;

    • 2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;

    • 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;

    • 4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.

Artikel 2. Mandaat

Het hoofd defensieonderdeel kan zijn bevoegdheid tot het toekennen van een voorschot of een tegemoetkoming voor de kosten van rechtskundige hulp mandateren aan één functionaris binnen zijn gezagsgebied.

Artikel 3. Toepassingsgebied

  • 1. Deze regeling is van toepassing op gevallen waarin in de uitoefening van zijn ambt, functie of werkzaamheden, een werknemer handelingen heeft verricht of nagelaten, of overheidsgezag heeft uitgeoefend of heeft nagelaten overheidsgezag uit te oefenen, waardoor:

    • a. een derde schade heeft geleden en deze derde het Ministerie van Defensie of de betrokken werknemer als exponent van het Ministerie van Defensie naar burgerlijk recht aansprakelijk heeft gesteld voor de geleden schade,

    • b. het Ministerie van Defensie dan wel een van zijn dienstonderdelen, of de betrokken werknemer als exponent van het Ministerie van Defensie in strafrechtelijke zin als verdachte zijn aangemerkt,

    • c. de werknemer zich dient te verantwoorden voor een medisch tuchtcollege of voor de Ongevallenraad Defensie.

  • 2. Deze regeling is tevens van toepassing op gevallen waarin

    • a) een werknemer, in de uitoefening van zijn ambt, functie of werkzaamheden, door handelingen van een derde schade heeft geleden en de werknemer deze derde aansprakelijk heeft gesteld naar burgerlijk recht.

    • b) een werknemer als gevolg van handelen of nalaten van een derde om het leven is gekomen en de nabestaanden van de werknemer deze derde aansprakelijk stellen naar burgerlijk recht.

    • c) een werknemer kosten moet maken voor vertaling van juridische teksten in procedures waarin deze regeling voorziet.

  • 3. Deze regeling is niet van toepassing op procedures in het kader van de Wet militair tuchtrecht, procedures betreffende een geschil tussen de werknemer en Defensie, of procedures over schadevergoeding tussen de werknemer en de Staat der Nederlanden.

  • 4. Deze regeling is niet van toepassing op procedures indien deze zijn ingeleid doordat door Defensie aangifte is gedaan van een strafbaar feit.

  • 5. Deze regeling is met uitzondering van artikel 425 en artikel 429, 1° van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing op procedures inzake overtredingen als bedoeld in Boek 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 4. Tegemoetkoming

  • 1. Kosten van rechtskundige hulp komen slechts voor een tegemoetkoming op grond van deze regeling in aanmerking voor zover zij niet op grond van een wettelijke bepaling, op basis van een verzekering of uit anderen hoofde worden vergoed of daarin wordt tegemoetgekomen en alleen indien de werknemer al het vereiste heeft verricht om een dergelijke vergoeding of tegemoetkoming uit anderen hoofde te ontvangen en de hoogte van de kosten te beperken.

  • 2. Met inachtneming van het eerste lid van dit artikel wordt in een geval als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b, alleen een tegemoetkoming toegekend indien de werknemer een beroep heeft gedaan op artikel 591a Wetboek van Strafvordering en hem een vergoeding als bedoeld in dat artikel is toegekend. De tegemoetkoming bedraagt ten hoogste het bedrag dat na toekenning van die vergoeding en uitkering van een rechtsbijstandsverzekering nog te zijnen laste blijft, tot het in artikel 5 bedoelde maximum.

Artikel 5. Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1. De voor een tegemoetkoming in aanmerking komende kosten van rechtskundige hulp kunnen betrekking hebben op de voorfase van een gerechtelijke procedure, een gerechtelijke procedure in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie.

  • 2. De kosten van een raadsman worden vergoed tot een maximum uurtarief van € 250,00 per uur met een maximum van € 25.000,00.

  • 3. De kosten verbonden aan het doen verrichten van bijzondere onderzoeken en het inschakelen van deskundigen of getuigen worden vergoed tot een maximum van 5.000 Euro per gerechtelijke procedure, hoger beroep en cassatie inbegrepen.

  • 4. Overige kosten komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming.

Artikel 6. Procedure

  • 1. De werknemer dient, langs de hiërarchieke lijn, bij het hoofd defensieonderdeel een aanvraag in voor een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp, onder overlegging van een afschrift van het vonnis. Daarbij vermeldt hij de redenen voor en de aanleiding tot de aanvraag en eventueel de omstandigheden van het geval.

  • 2. Voor een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp in geval van hoger beroep of cassatie dient de werknemer afzonderlijke aanvragen in.

Artikel 7. Beslissing

  • 1. Het hoofd defensieonderdeel kent met inachtneming van artikel 5 de tegemoetkoming toe, tenzij de werknemer naar het oordeel van het bevoegd gezag:

    • a. niet handelde in de uitoefening van zijn ambt, functie of werkzaamheden;

    • b. in een geval als bedoeld in artikel 3, eerste lid, opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of hem grove nalatigheid kan worden verweten.

  • 2. Indien een derde respectievelijk het openbaar ministerie hoger beroep dan wel cassatie instelt in de zaak waarvoor het hoofd defensieonderdeel de werknemer eerder een tegemoetkoming voor de kosten van rechtskundige hulp heeft verleend, verleent het bevoegd gezag de werknemer op diens melding ambtshalve opnieuw een tegemoetkoming.

Artikel 8. Voorschot

  • 1. In de gevallen, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, kan een werknemer, of in een geval als bedoeld in het tweede lid, onder b, diens nabestaande, bij het hoofd defensieonderdeel een aanvraag indienen tot het toekennen van een voorschot voor de kosten van rechtskundige hulp. Het voorschot wordt in een geval als bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet verleend indien de werknemer of de nabestaande een vordering heeft ingesteld die kennelijk onvoldoende grond heeft, dan wel kennelijk onredelijk is, dan wel indien het belang niet opweegt tegen de kosten van juridische bijstand.

  • 2. Bij de beoordeling van de aanvraag van een voorschot vinden de artikelen 5 en 7 overeenkomstige toepassing.

  • 3. Indien het hoofd defensieonderdeel op grond van artikel 7, eerste lid, een voorschot heeft geweigerd, maar tijdens de procedure feiten of omstandigheden aan het licht komen, die aanleiding kunnen zijn om daarop terug te komen, kan het bevoegd gezag op verzoek van de werknemer alsnog een voorschot verlenen.

Artikel 9. Terugvordering en terugbetaling verleend voorschot

  • 1. Het hoofd defensieonderdeel vordert een verleend voorschot voor de kosten van rechtskundige hulp terug indien uit het vonnis blijkt dat

    • a. de aan een derde toegebrachte schade het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk handelen of bewuste roekeloosheid of grove nalatigheid van de werknemer, of

    • b. de werknemer strafrechtelijk wordt veroordeeld en er sprake is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk handelen, bewuste roekeloosheid of grove nalatigheid van de werknemer.

  • 2. Indien een voorschot is verleend en de tegenpartij van de werknemer in het proces wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, draagt werknemer de door hem ontvangen vergoeding van deze kosten, voor zover ze als kosten van rechtskundige hulp moeten worden opgevat, over aan Defensie tot het bedrag van het verleende voorschot.

Artikel 10. Hardheidsclausule

  • 1. Het hoofd defensieonderdeel kan ten gunste van de werknemer afwijken van artikel 4 of van de maximumbedragen bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid, indien het belang van de dienst dit nadrukkelijk vordert of toepassing van deze artikelen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2. De bevoegdheid tot afwijken bedoeld in het eerste lid kan niet worden gemandateerd.

Artikel 11. Overgangsbepalingen

  • 1. De Voorlopige voorziening rechtsbijstand, vastgesteld bij besluit van de Staatssecretaris van Defensie van 2 mei 2000, nr P/2000002701, wordt ingetrokken.

  • 2. Op aan procedures verbonden kosten van rechtskundige hulp, gemaakt na 2 mei 2000, maar vóór de datum van inwerkingtreden van deze regeling blijft de Voorlopige voorziening rechtsbijstand van toepassing.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de datum van dagtekening.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming kosten rechtskundige hulp (RTKR)

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap