Rijksoverheid

Wettenpocket Natuurschoonwet 1928

Titel regeling
Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928; Natuurschoonwet 1928; Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928
Geldend vanaf
1-1-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Financiën van 27 oktober 2020, nr. WJZ/ 18182465, houdende aanwijzing van natuurtypen en landschapselementtypen als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 en wijziging van de Regeling model beschrijving en beplantingsplan Natuurschoonwet 1928 (Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de Natuurschoonwet 1928 in samenhang met artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 en artikel 7, eerste en vierde lid, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928;

Besluiten:

Artikel 1

Als natuurtypen en landschapselementtypen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 worden aangewezen de natuurtypen en landschapselementtypen, genoemd in kolom 1, onder de in kolom 2 genoemde beperkingen.

1

2

Natuurtypen en landschapselementtypen

Beperkingen

a. Rivieren

Beperkt tot de litorale zones van het wateroppervlak waarin nog zoveel zonlicht tot de bodem doordringt dat wortelende waterplanten zich hier kunnen vestigen, die grenzen aan of anderszins deel uitmaken van een gevarieerde oever zonder oeverbeschoeiing, met zowel flauwe als steile delen, en tijdelijke of permanente plas-dras zones.

b. Beken en bronnen

 

c. Stilstaande wateren

Beperkt tot de litorale zones van het wateroppervlak waarin nog zoveel zonlicht tot de bodem doordringt dat wortelende waterplanten zich hier kunnen vestigen, die grenzen aan of anderszins deel uitmaken van een gevarieerde oever zonder oeverbeschoeiing, met zowel flauwe als steile delen, en tijdelijke of permanente plas-dras zones.

d. Moerassen

 

e. Voedselarme venen en vochtige heiden

 

f. Droge heiden

 

g. Open duinen

 

h. Schorren of kwelders

 

i. Vochtige schraalgraslanden

 

j. Droge schraalgraslanden

 

k. Rijke graslanden en akkers

 

l. Groenblauwe landschapselementen

Beperkt tot het landschapsbeheertype

‘Poel en klein historisch water’

Artikel 2

[Wijzigt de Regeling model beschrijving en beplantingsplan Natuurschoonwet 1928.]

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit van 31 augustus 2020, houdende wijziging van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 in verband met de evaluatie van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 2020, 331) in werking treedt.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 oktober 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.J. Schouten

De Staatssecretaris van Financiën,

J.A. Vijlbrief