Rijksoverheid

Wettenpocket Natuurschoonwet 1928

Titel regeling
Beleidsregel certificaten EU handel, invoer en wederuitvoer olifantenivoor
Type
Beleidsregel
Wetsfamilie
Beleidsregel certificaten EU handel, invoer en wederuitvoer olifantenivoor; Wet natuurbescherming; Regeling natuurbescherming; Besluit natuurbescherming; Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken; Plantenziektenwet; Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; Wet dieren; Wet inrichting landelijk gebied; Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; Ontgrondingenwet; Wetboek van Strafvordering; Wet politiegegevens; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Archiefwet 1995; Woningwet; Natuurschoonwet 1928; Elektriciteitswet 1998; Gaswet; Mijnbouwwet; Wet inkomstenbelasting 2001; Landbouwwet; Wet op de economische delicten; Wet wapens en munitie; Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft; Wet op het financieel toezicht; Besluit omgevingsrecht; Wet milieubeheer; Wet geluidhinder; Reglement zee- en kustvisserij 1977; Visserijwet 1963; Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen; Algemene wet bestuursrecht
Geldend vanaf
23-4-2022
Geselecteerde elementen
Volledig
Beleidsregel van de Minister voor Natuur en Stikstof van 19 april 2022, nr. WJZ/ 21312619, over de beoordeling van aanvragen van certificaten voor handel binnen de Europese Unie en van aanvragen van invoervergunningen en wederuitvoercertificaten voor olifantenivoor (Beleidsregel certificaten EU handel, invoer en wederuitvoer olifantenivoor)

De Minister voor Natuur en Stikstof,

Gelet op de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 5, eerste en derde lid, en 8, eerste en derde lid, van verordening (EG) nr. 338/97 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997 L 61), artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 3.14, aanhef en onderdeel a, van de Regeling natuurbescherming, en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Afrikaanse olifant: Afrikaanse olifant (Loxodonta africana), voor zover opgenomen in bijlage A bij de CITES-basisverordening;

  • Aziatische olifant: Aziatische olifant (Elephas maximus), genoemd in bijlage A bij de CITES-basisverordening;

  • bewerkt ivoor: ivoor dat geheel of ten dele ingesneden, gevormd of verwerkt is, maar geen hele slagtanden in enige vorm omvat, behalve wanneer het snijwerk zich over het volledige oppervlak uitstrekt;

  • CITES-basisverordening: verordening (EG) nr. 338/97 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61);

  • ivoor: ivoor afkomstig van de Afrikaanse olifant of de Aziatische olifant;

  • museum: permanente instelling zonder winstoogmerk ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling, die openstaat voor het publiek en die het materiële en immateriële erfgoed van de mensheid en haar omgeving verwerft, bewaart, onderzoekt, verspreidt en tentoonstelt met het oog op onderwijs, studie en genot;

  • onbewerkt ivoor: hele olifantenslagtanden gepolijst of ongepolijst en ongeacht in welke vorm, evenals alle stukken olifantenivoor, gepolijst of ongepolijst en op welke wijze dan ook gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke vorm, niet zijnde bewerkt ivoor.

Artikel 2. Invoer onbewerkt ivoor

Een aanvraag voor de afgifte van een invoervergunning als bedoeld in artikel 4 van de CITES-basisverordening voor onbewerkt ivoor wordt afgewezen.

Artikel 3. Invoer bewerkt ivoor

  • 1. Een aanvraag voor de afgifte van een invoervergunning als bedoeld in artikel 4 van de CITES-basisverordening voor bewerkt ivoor wordt afgewezen.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan een invoervergunning worden verleend indien:

    • a. het ivoor voldoet aan de eisen van artikel 4 van de CITES-basisverordening; en

    • b. de aanvrager aannemelijk kan maken dat het bewerkte ivoor:

      • 1°. dateert van vóór 1 juli 1975 en is verwerkt in een muziekinstrument; of

      • 2°. een antiquiteit van groot cultureel, artistiek of historisch belang is:

        • i. die is vervaardigd vóór 3 maart 1947;

        • ii. die aan een museum wordt overgedragen; en

        • iii. waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of

    • c. de aanvrager aannemelijk kan maken dat het bewerkte ivoor voor niet-commerciële doeleinden wordt overgedragen en:

      • 1°. deel uitmaakt van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;

      • 2°. een erfstuk is dat als onderdeel van persoonlijke bezittingen of huisraad in het kader van een verhuizing wordt ingevoerd; of

      • 3°. wordt ingevoerd voor wetenschappelijke, educatieve of handhavingsdoeleinden.

Artikel 4. Wederuitvoer van onbewerkt ivoor

Een aanvraag voor de afgifte van een wederuitvoercertificaat als bedoeld in artikel 5 van de CITES-basisverordening, voor onbewerkt ivoor, wordt afgewezen.

Artikel 5. Wederuitvoer van bewerkt ivoor

  • 1. Een aanvraag voor de afgifte van een wederuitvoercertificaat als bedoeld in artikel 5 van de CITES-basisverordening voor bewerkt ivoor wordt afgewezen.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan een wederuitvoercertificaat worden verleend indien:

    • a. het ivoor voldoet aan de eisen van artikel 5 van de CITES-basisverordening; en

    • b. de aanvrager aannemelijk kan maken dat het bewerkte ivoor:

      • 1°. dateert van vóór 1 juli 1975 en is verwerkt in een muziekinstrument; of

      • 2°. een antiquiteit van groot cultureel, artistiek of historisch belang is:

        • i. die is vervaardigd vóór 3 maart 1947;

        • ii. die aan een museum wordt overgedragen; en

        • iii. waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of

    • c. de aanvrager aannemelijk kan maken dat het bewerkte ivoor voor niet-commerciële doeleinden wordt overgedragen en:

      • 1°. deel uitmaakt van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;

      • 2°. een erfstuk is dat als onderdeel van persoonlijke bezittingen of huisraad in het kader van een verhuizing naar een land buiten de Europese Unie wordt wederuitgevoerd; of

      • 3°. wordt wederuitgevoerd voor wetenschappelijke, educatieve of handhavingsdoeleinden.

Artikel 6. Handel in onbewerkt ivoor binnen de Europese Unie

Een aanvraag voor de afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de CITES-basisverordening voor de handel binnen de Europese Unie in onbewerkt ivoor wordt afgewezen.

Artikel 7. Handel in bewerkt ivoor binnen de Europese Unie

  • 1. Een aanvraag voor de afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de CITES-basisverordening voor de handel binnen de Europese Unie in bewerkt ivoor wordt afgewezen.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan een certificaat worden verleend indien het ivoor voldoet aan de eisen van artikel 8 van de CITES-basisverordening en de aanvrager aannemelijk kan maken dat het bewerkte ivoor:

    • a. dateert van vóór 1 juli 1975 en is verwerkt in een muziekinstrument; of

    • b. een antiquiteit is die is vervaardigd vóór 3 maart 1947.

Artikel 8. Intrekkingen

  • 1. De mededeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 februari 2015 (Stcrt. 2015, 4070) wordt ingetrokken.

  • 2. De beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 maart 2019 over de afwijzing van aanvragen van certificaten voor handel binnen de Europese Unie in ruw olifantenivoor (Stcrt. 2019, 18638) wordt ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel certificaten EU handel, invoer en wederuitvoer olifantenivoor.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 april 2022

De Minister voor Natuur en Stikstof,

C. van der Wal-Zeggelink