Rijksoverheid

Wettenpocket Wetboek van Strafrecht

Titel regeling
Instellingsbesluit Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Instellingsbesluit Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi; Wetboek van Strafrecht; Wet vergoedingen adviescolleges en commissies
Geldend vanaf
28-11-2019
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 8 november 2019, nr. 2729205, houdende instelling van de Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (Instellingsbesluit Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi)

De Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op artikel 37a, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;

  • b. commissie: de Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi

  • c. de secretaris: de secretaris van de multidisciplinaire commissie als bedoeld in artikel 37a, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • d. de voorzitter: de voorzitter van de multidisciplinaire commissie als bedoeld in artikel 37a, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1. Er is een multidisciplinaire commissie als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, de Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi.

  • 2. De commissie heeft tot taak het geven van advies als bedoeld in artikel 37a, vijfde lid in samenhang met het negende lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 3. Benoeming

  • 1. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door Onze Minister benoemd.

  • 2. De benoeming geschiedt voor de duur van vier jaar. Herbenoeming is eenmaal mogelijk voor een aansluitende periode van ten hoogste vier jaren.

  • 3. Bij tussentijds vertrek van een lid of plaatsvervangend lid kan Onze Minister een ander lid benoemen.

  • 4. De Minister kan plaatsvervangende leden benoemen voor een periode van vier jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vier jaren aansluitend plaatsvinden.

Artikel 4. Ontslag

  • 1. De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden op eigen verzoek door Onze Minister ontslagen.

  • 2. De leden en plaatsvervangende leden kunnen tevens ontslagen worden door Onze Minister wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 5. Secretaris

  • 1. De commissie heeft een secretaris.

  • 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3. De secretaris en andere medewerkers zijn geen lid van de commissie.

  • 4. Onze Minister kan de secretaris, de plaatsvervangend secretaris, en de andere medewerkers benoemen, bevorderen, schorsen of ontslaan.

  • 5. Onze Minister draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 6. Vergoeding

  • 1. Voor de duur van een jaar vanaf benoeming ontvangt de voorzitter een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal is schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de toepasselijke arbeidsduurfactor is 4/36.

  • 2. De leden en plaatsvervangende leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden. Twee of meer vergaderingen per dag worden als één vergadering beschouwd.

  • 3. Na afloop van de duur, bedoeld in het eerste lid, ontvangt de voorzitter per vergadering een vergoeding. De vergoeding per vergadering bedraagt 130% van de vergoeding die de leden ontvangen.

  • 4. De vergoeding per vergadering van de leden en plaatsvervangende leden bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel 7. Kosten van de commissie

  • 1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van Onze Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

    • b. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 8. Onafhankelijkheid, informatie en geheimhouding

  • 1. De commissie adviseert onafhankelijk en zonder ruggespraak.

  • 2. Onze Minister verstrekt aan de commissie de informatie die nodig is voor een goede vervulling van haar taak.

  • 3. Voor zover de leden van de commissie in het kader van de uitvoering van hun taken de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden en op hun niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht rust, zijn zij verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 9. Verantwoording

De commissie biedt Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag aan waarin zij verslag doet over de activiteiten van de commissie van het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat artikel 7.1, onderdeel F, en artikel 7.3a van de Wet forensische zorg in werking treden.

Artikel 11. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Rechtsbescherming,

S. Dekker