Rijksoverheid

Wettenpocket Wetboek van Strafrecht

Titel regeling
Besluit mandaat CBR 2019
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit mandaat CBR 2019; Algemene wet bestuursrecht; Binnenvaartregeling; Binnenvaartwet; Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties; Binnenvaartbesluit; Wet geluidhinder; Scheepvaartverkeerswet; Wet milieubeheer; Wetboek van Strafrecht; Arbeidstijdenwet; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wetboek van Strafvordering; Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP); Besluit zeevarenden; Wet zeevarenden; Loodsenwet; Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's; Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen; Besluit zeevisvaartbemanning
Geldend vanaf
1-1-2020
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 11 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/255828, tot vaststelling van het Besluit mandaat CBR met betrekking tot de afgifte, opschorting en intrekking van vaarbewijzen, Rijnpatenten, radarpatenten en de afgifte van het ICC 2019 (Besluit mandaat CBR 2019)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 1.9, eerste lid, 1.18, eerste lid, 7.6, tweede lid, 7.7, derde tot en met het achtste lid, 7.9, derde lid, 7.18, eerste en vierde lid, 7.25 van de Binnenvaartregeling, artikel 26 van de Binnenvaartwet en de artikelen 7.09, eerste lid, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.17, tweede lid, 7.18, eerste lid, 7.19, eerste lid, 8.02, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn;
Gezien de instemming van de gemandateerde blijkens de brief van 22 januari 2019, nr. CDS20190011, van de directeur bedrijfsvoering van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en de brief van 12 juli 2019, kenmerk IENW/BSK-2019/120782, van de loco-secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het CBR;

BESLUIT:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • CBR: het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk;

  • ICC: Internationaal Certificaat van Competentie als bedoeld in artikel 7.1 van de Binnenvaartregeling;

  • minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 2

Aan de algemeen directeur van het CBR wordt mandaat verleend ten aanzien van:

  • a. De afgifte van het beperkt groot vaarbewijs, het groot vaarbewijs, het zeilbewijs en het vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype;

  • b. de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 7.08, eerste lid, 7.09, eerste en tweede lid, onderdeel c, 7.11, eerste lid, 7.14, eerste en vierde lid, 7.15, 7.17 tot en met 7.19,7.20, 7.22, vijfde lid, 8.02, eerste lid, 8.03, eerste lid, 8.04, 8.05, eerste en vierde lid, en 8.06 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn;

  • c. de in artikel 7.18, vierde lid, van de Binnenvaartregeling bedoelde beoordeling van de vaartijd;

  • d. de afgifte van het klein vaarbewijs;

  • e. de afgifte van het groot pleziervaartbewijs;

  • f. de afgifte van het ICC.

Artikel 3

Aan de gemandateerde wordt machtiging verleend om handelingen te verrichten die verband houden met de in artikel 2 genoemde bevoegdheden.

Artikel 4

De directeur Maritieme Zaken van het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan de gemandateerde ten aanzien van de in artikel 2 genoemde bevoegdheden per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheden uit met inachtneming van deze instructies.

Artikel 5

De gemandateerde kan, ten aanzien van de aan hem op grond van dit besluit verleende bevoegdheden, ondermandaat verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 6

De gemandateerde voert bij de aan hem toegekende bevoegdheid een ordentelijke en voor de minister transparante administratie en verschaft de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de aan hem toegekende bevoegdheid.

Artikel 7

De gemandateerde neemt geen beslissing op een bezwaarschrift, ingediend tegen een krachtens zijn mandaat genomen besluit, of een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 9

Het Besluit mandaat VAMEX en CBR met betrekking tot de afgifte, opschorting en intrekking vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten 2009 (Besluit mandaat CBR en VAMEX 2009) en het Besluit tot mandatering van de Stichting VAMEX ten aanzien van de afgifte van het ICC (Besluit mandaat afgifte ICC), worden ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat CBR 2019.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

C. van Nieuwenhuizen Wijbenga